Binnenkijken: de nieuwe gemeentewerf

Gepubliceerd op maandag 6 december 2018 11:55 door Piet Bergstra

Sinds 2016 zit de gemeentewerf aan de Tasveld 19 in IJsselmuiden. Zij lieten de Werfweg (Loswal) achter zich. Bruno Karel en Piet Bergstra namen namens GBK daar een kijkje onder leiding van Henk Jan Bartelink. De verhuizing had destijds nogal wat voeten in aarde.

 

Een een-tweetje tussen overheid en particulieren (grondjeruil), een raad die niet geïnformeerd werd, bezwaren van omliggende bewoners en bedrijven richtten zich op de verwachte overlast door strooiwagens, toename van brandgevaar en bouwen tot de perceelgrens. Zelfs werd er een blokkade van de toegangspoort opgeworpen omdat de aannemer werkzaamheden, voor de benodigde aanpassingen van gebouwen en terrein, wilde starten terwijl tegen de verleende vergunning nog beroep mogelijk was. Al met al trad er een vertraging op van enkele maanden opgetreden.

 

 

“Op het Tasveld zit de wijkpost Groen met ca. 10 medewerkers. Daarnaast is dit de thuisbasis voor team Civiele Werken bestaande uit medewerkers Reiniging en Weg en Waterbouw. In totaal ca. 35 medewerkers. Dit is zonder de uitzendkrachten. De perceeloppervlakte van de nieuwe gemeentewerf bedraagt zo’n 60% van het oude perceel. De nieuwe zoutloods heeft wel een grotere capaciteit. Er ligt 600 ton zout opgeslagen. Er is voldoende gelegenheid voor werkplaatsvoorzieningen en parkeerloodsen. Wel is het zo dat, mocht er nog eens worden uitgebreid, dit kan betekenen dat niet alle voertuigen meer onder dak kunnen” aldus de gastheer.

 

Het eigen vrachtwagenpark bestaat uit 12 vrachtwagens. Drie vrachtauto’s worden maar een paar maanden per jaar ingezet als strooiwagen. Deze vrachtwagens zijn al afgeschreven. Gedurende de vorstperiode worden de schorsing van de kentekens opgeheven en de wagens (weer) in de verzekering gezet. Daardoor is de gemeente efficiënter en goedkoper uit dan door dit uit te besteden. Andere gemeente en de provincie Overijssel doen dat wel.

Een van de grotere loodsen op het terrein wordt gedeeld met het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Daar liggen voornamelijk de materialen voor de jaarlijkse oefensluiting van de waterkering in Kampen. De Hoogwaterbrigade van het Waterschap Drents Overijsselse Delta traint regelmatig met het opbouwen en afbreken van deze mobiele waterkering. De waterkering is zo’n twee kilometer lang. Over een afstand van ruim anderhalve kilometer is de oude stadsmuur van Kampen geschikt gemaakt om vanaf 2003 het water als een stenen dijk buiten de poort te houden.

Niet alleen is het grondoppervlakte op de gemeentewerf kleiner, de situatie aan de Tasveld maakt wel dat rijtijden langer geworden zijn. Want aan het einde van de dag moeten de vuilniswagens legen bij Recycling Kampen.

 

“In Kampen mogen wij ons gelukkig prijzen met het feit dat wij de laagste tarieven hanteren voor wat betreft de afvalstoffenheffing”, aldus Henk Jan. En daar draagt de vervuiler zelf aan bij. “Ook behoren wij bij de top van Nederland voor wat betreft de afvalscheiding.  De afvalstoffenheffing is teruggegaan van € 283,00 in 2010 naar ongeveer € 195,00 vandaag de dag. Het mag dan wat extra moeite kosten om je afval te scheiden, maar als je het goed doet dan bespaar je geld en bescherm je het milieu. Een win-win situatie dus”, besluit hij.


Natuurinclusief bouwen

Gepubliceerd op zondag 25 november 2018 12:01 door Piet Bergstra

In samenwerking met de provincie Overijssel is Het Oversticht bezig met een project om natuurinclusief bouwen gemeengoed te maken. Natuurinclusief bouwen is het mee ontwerpen van leefruimte voor flora en fauna in nieuwbouwprojecten. De gemeenten Kampen en Hardenberg zijn in deze fase pilotgemeenten. In het kader van dit project werd voor gemeenteambtenaren, raadsleden en wethouders van deze twee gemeenten maar ook voor andere geïnteresseerden en belanghebbenden zoals natuurclubs en wethouders en ambtenaren van de gemeenten Deventer en Olst-Wijhe een excursie georganiseerd. 

 

De eerste activiteit was een bezoek aan de aardehuizen in Olst. Misschien heb ze wel eens zien liggen als je met de trein van Zwolle naar Deventer rijdt. Deze huizen zijn geïnspireerd op Earthships van architect Michael Reynolds. De eerste earthships dateren van veertig jaar geleden en na uitvoerig te zijn getest werden ze in gebruik. Afval - waar mogelijk - en lokale bouwmaterialen - zo veel mogelijk - zijn bepalend in de bouw. Een earthship is ontworpen om zelfvoorzienend te zijn. In Olst bestaat deze woonwijk uit 23 woningen en een gemeenschapshuis. Geen woning is hetzelfde. Architect Michel Post van Orio Architecten paste de uitgangspunten aan, aan de Nederlandse situatie (neerslag, jaartemperatuur en ondergrond). De ingang geeft al een goed beeld van de wijk: allemaal verschillende brievenbussen.

 

De entree van de wijk met haar keur aan brievenbussen.
De entree van de wijk met haar keur aan brievenbussen.

Autobanden en strobalen

De bouw van de wijk werd vormgegeven als een collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Niet alleen werd als Vereniging Aardehuis Oost-Nederland de grond gezamenlijk gekocht, ook de architect en de bouwbegeleiding werden zelf geselecteerd. De leveranciers werden uitgezocht en ook over de terreininrichting namen ze zelf de besluiten. Er was dus in dit geval geen aparte projectontwikkelaar nodig. Alle deelnemers werkten minimaal 1 dag in de week aan het project. Daarnaast werkten er veel vrijwilligers aan mee, uit binnen- en buitenland. De huizen werden gebouwd tussen 2011 en 2016.

 

12 woningen hebben een noordmuur van autobanden - gevuld met aangestampte aarde - die het dak mede ondersteunt. In de 11 overige woningen is dit vervangen door strobalen - het dak leunt daar op een houtskelet. Het dak heeft een hellingsgraad van 9° om de zon optimaal te vangen: in de winter tot achterin het huis, in de zomer geen of weinig zon in het huis. Uitgangspunten bij de bouw van de huizen waren:

  • waar mogelijk (her)gebruik van lokaal aanwezige restmaterialen, grondstoffen en natuurlijke processen en diensten;
  • waar mogelijk zelfvoorzienend in energie, watervoorziening en -zuivering;
  • onderlinge solidariteit (draagt bij aan een grotere veerkracht);
  • delen van voorzieningen en spullen;
  • onderling respect en geweldloze communicatie;
  • sociocratie als besluitvormingsmodel;
  • de ervaringen en kennis die werd opgedaan over bouwen en wonen actief delen.

Sociocratie is een besluitvormingsmethode waarbij gelijkwaardigheid en effectiviteit zijn gewaarborgd. Besluiten werden dus genomen als iedereen het er mee eens was.

Bollen en autovrij

Bij sommige huizen zie je een soort bol. De bewoners van deze huizen wilden een tweede verdieping. Maar de constructie liet de bouw van een tweede verdieping niet toe. Daarom werd gekozen voor deze, veel lichtere, vorm. De architect koos voor een ronde vorm zodat de wind er geen vat op kan krijgen. Het is bedekt met een soort vijverfolie. Sommigen zijn voorzien van een lint van oude fietsbanden. De bedoeling daarvan is dat daar planten langs kunnen groeien. De bouw van de woningen is afgerond. Voor de aanleg van overige voorzieningen blijven de uitgangspunten overeind, net als voor het samen bewonen en beheren van de wijk in de komende jaren.

 

De wijk is gesloten voor autoverkeer. Door de natuurpaden is de wijk - na langdurige regen - niet altijd goed toegankelijk voor mindervaliden. In het gebied ten noorden van de wijk heeft de gemeente Olst-Wijhe in 2015 een natuurspeelterrein aangelegd. Tussen gevarieerde aanplant is er een waterspeelplaats, klim- en klauterbomen en een trapveldje. Tuinontwerpster Anneke Rodenburg van Tuin en Vlinder vroeg kinderen uit de buurt mee te denken over de inrichting. De tuinen in de wijk hebben geen schuttingen als afscheiding. Het geeft een natuurlijk verloop weer. Wij waren er natuurlijk in de winter: in het voorjaar en zomer zal die een mooi gezicht zijn met veel bloeiende planten.

 

“Wijkcentrum”

Het Middenhuis is het veelhoekige strobalenhuis in het midden van de aardehuiswijk en werd gebouwd in 2015. Het heeft de functie van een soort wijkcentrum. Behalve een gezellige grote hoofdruimte met keuken en een kleinere ruimte is er een klusruimte, techniekruimte met de pompinstallatie en een speelruimte. Het Middenhuis biedt ruimte aan groepen van maximaal 40 mensen. Het is bedoeld voor vieren, ontmoeten, leren en samenzijn voor en door de aardehuisbewoners. De bewoners willen die ruimte graag delen met mensen en groepen die de missie "bouwen, werken, wonen en leven in harmonie met de natuur, in verbondenheid met elkaar en ter inspiratie van de wereld" een warm hart toedragen. En als je als bewoner te klein behuisd bent om je verjaardag te vieren, ook dan kun in het Middenhuis terecht.

"Wijkcentrum" het Middenhuis.
"Wijkcentrum" het Middenhuis.

Dit voorbeeld in Olst is wel een hogeschool vorm van natuurinclusief bouwen. Natuur moet een onderdeel worden van de bouw. Dat vinden bedrijven, provincie en maatschappelijke organisaties in Overijssel. Ook GBK is hier voorstander van. Er bestaan al veel praktische toepassingen voor natuurinclusief bouwen. Zo kunnen bij nieuwbouw direct nestplaatsen voor vogels en vleermuizen worden ingebouwd. Maar ook bij bestaande bebouwing zijn er allerlei toepassingen om meer planten en dieren aan te trekken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van zogenaamde geveltuintjes. Niet alleen de bouw zelf maar ook in de directe leefomgeving. Deventer heeft met haar nieuwe groenbeleid daarin een grote stap gemaakt. Daarover in een ander artikel meer.

 


Verbod op ballonoplatingen

Gepubliceerd op donderdag 1 november 2018 16:48 door Piet Bergstra

De Nederlandse regering heeft in 2014 een motie van de Partij van de Dieren aangenomen, voor toepassing van ontmoedigingsbeleid van het oplaten van ballonnen in Nederland. De verantwoordelijkheid hiervoor werd bij de gemeenten neergelegd. Volgens onderzoek van Stichting De Noordzee heeft, tot nu toe, 76% van gemeente geen enkele vermelding van beleid op ballonoplatingen. Ook Kampen niet: het oplaten van heliumballonnen staat nog steeds vermeld in de aanvraag evenementenvergunning. Jammer en een gemiste kans. Daarom heeft GBK het college gevraagd om dit in Kampen ook te verbieden.

 

Naar schatting worden er 1 miljoen ballonnen per jaar opgelaten in Nederland. Tijdens een strandwandeling kom je regelmatig ballonnen en sierlinten tegen. Gemiddeld worden er 12 ballonnen per 100 meter strand gevonden. Er belanden rond de 230.000 ballonnen per jaar op de Noordzee. De rest op land. Veel worden opgelaten tijdens Koningsdag. Als je het goed bekijkt, is het oplaten van ballonnen vergelijkbaar met dumpen van afval. Wat de lucht in gaat, komt uiteindelijk ook weer ergens naar beneden. Het brengt aantoonbaar schade toe aan de omgeving en het is onnodig. (Zee)zoogdieren, vogels en vissen zien de ballonnen en linten aan voor voedsel en raken verstrikt. Ze sterven een verschrikkelijke dood. Ballonnen horen bij een feestje, maar niet in de lucht. 

Dode Jan van Gent. Gevonden op Texel. Foto: Martijn van Tol
Dode Jan van Gent. Gevonden op Texel. Foto: Martijn van Tol

Het risico van dierenleed of sterfte door ballonnen is misschien het beste af te wegen tegen het nut en de noodzaak. Zo zijn latex weerballonnen onvermijdelijk voor het maken van betrouwbare weersvoorspellingen en daarmee soms van levensbelang voor mensen. Maar de kortdurende aanblik van een massa feestballonnen die in de lucht verdwijnt? Die kun je ook overal gezellig ophangen, er heel lang van genieten en na afloop weer opruimen!

 

Afbreekbare ballonnen zijn ook geen oplossing. Dieren kunnen ballonresten voor voedsel aanzien en het opeten waardoor soms de maag en darm verstoppen en ze sterven van de honger. Latex rubber, ook al is dat van natuurlijke oorsprong, breekt niet snel genoeg af om het eten ervan door zeedieren en mogelijke schade in hun maag en darmsysteem te voorkomen.  

Alleen met helium gevulde ballonnen stijgen op. Helium is lichter dan lucht, maar de voorraad helium op aarde is beperkt. De voormalige Nobelprijswinnaar en natuurkundige Robert Richardson voorspelt dat bij het huidige hoge gebruik van helium en wereldvoorraad over een jaar of 25 op is. Zinvolle toepassingen in ziekenhuizen bij het gebruikt bij b.v. MRI-scans komen dan in gevaar.

 

Daarom wil GBK dat dit verboden wordt. Niet ontmoedigen (actief of passief). Daar kun je niets mee en is een zwaktebod. Gewoon verbieden. Dat is veel duidelijker. Er zijn voldoende, milieuvriendelijke, alternatieven zoals: ballonfiguren, een lasershow, lampionnen, fluitjes, iets planten, kaarsjes, vliegers etc. Het gaat er ons uiteraard niet om, om afbreuk te doen aan feestelijke gelegenheden. De uitdaging is om alternatieven te verzinnen die net zo feestelijk zijn, zonder dat daarbij schade voor de natuur kan ontstaan. De natuur zal in ieder geval blij zijn met zo'n verbod. Namens het college gaf burgemeester Koelewijn aan die voorstel van harte te onderschrijven.


Supergewone Mensen Gezocht

Gepubliceerd op donderdag 25 oktober 2018 16:48 door Piet Bergstra

In 2014 woonden 21.880 kinderen in Nederland voor korte of langere tijd bij pleegouders. In de afgelopen tien jaar is de vraag naar pleegzorg met bijna 70 procent gestegen. Die forse groei kan Pleegzorg Nederland niet met de huidige pleegouders opvangen. Met de wervingscampagne ‘Supergewone Mensen Gezocht’,  hoopt Pleegzorg Nederland 3.500 nieuwe pleeggezinnen te werven. Els Rienstra, bestuurslid en portefeuillehouder Pleegzorg van Jeugdzorg Nederland: ‘We gunnen het elk kind om in een gezin op te groeien.’

 

De forse stijging in de vraag naar pleeggezinnen heeft verschillende oorzaken. Rienstra: ‘Een pleeggezin komt het meest in de buurt van de natuurlijke woonsituatie van een kind.’ Kinderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen, kunnen dus beter in een gezin opgroeien dan in een instelling. In de nieuwe Jeugdwet is dat ook vastgelegd. Rienstra: ‘We zijn daarom de jeugdhulp anders gaan organiseren, waardoor kinderen minder in groepen worden geplaatst en vaker in pleegzorg of andere kleinschalige gezinsvormen. Hierdoor is het aantal kinderen die behoefte hebben aan pleegzorg fors toegenomen en stijgt de vraag naar pleeggezinnen.’

 

Als een kind uit huis wordt geplaatst, wordt er altijd eerst binnen het netwerk van het gezin gekeken of opvang mogelijk is. Bijvoorbeeld bij familie, of mensen van de school of sportclub. Lukt dat niet, dan biedt een pleeggezin de oplossing. Vaak gaat het dan om een voltijd plaatsing, maar soms ook deeltijdzorg – bijvoorbeeld in de weekenden of de vakanties. Ook zijn er pleegouders die alleen crisispleegzorg doen: tot er een definitieve oplossing wordt gevonden, bieden ze – soms voor een paar dagen, soms voor een aantal maanden – acute hulp aan kinderen.

 

Supergewone Mensen Gezocht

Er zijn zeker 3.500 nieuwe pleegouders nodig om de forse groei in vraag naar pleegzorg op te vangen. Rienstra: ‘Veel mensen denken dat ze niet geschikt zijn als pleegouder, omdat ze bijvoorbeeld een drukke baan hebben, homoseksueel zijn, alleenstaand zijn, te veel of te weinig verdienen. Maar dat is onzin. Pleegouders hoeven ook geen superhelden te zijn; het zijn juist hele gewone mensen. Die door heel gewoon te doen, iets supers kunnen betekenen voor een pleegkind.’Centraal in de nieuwe wervingscampagne staat de SuperGewoneMensenGezocht.nl.

 

Daar staan 20 verhalen over pleegzorg verteld door voormalig (inmiddels) volwassen pleegkinderen, (pleeg)ouders en experts. Zoals het verhaal van Marlou, die vanaf haar 30ste pleegmoeder was voor een 16-jarige jongen. Om de week was hij een weekend bij Marlou. En die weekenden waren eigenlijk verrassend normaal. Marlou: ‘Je hoeft echt niet elke week naar Duinrell, gewoon samen boodschappen doen is al genoeg.’ 

Pleegzorg Nederland werkt samen 

Pleegzorg Nederland zet zich in voor kinderen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen en is een onderdeel van de brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland. De campagne is ontwikkeld door campagnebureau Johnny Wonder en wordt financieel mogelijk gemaakt door hoofdsponsor Stichting Kinderpostzegels en een subsidie van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Kinderpostzegels zet zich in voor pleegzorg en wenst ieder kind toe dat het kan opgroeien in een veilige gezinssituatie. Voor meer informatie kijk op: https://pleegzorg.nl/


Wateroverlast in Kampen: hoe nu verder?

Gepubliceerd op maandag 22 oktober 2018 21:26 door Piet Bergstra

Er kwamen op 9 augustus 28 meldingen van wateroverlast binnen. Vanuit de gehele stad en via diverse kanalen: via het meldpunt, Whatsapp, e-mail of via de politiek. Alle meldingen zijn inmiddels geanalyseerd door de gemeente. Er is contact geweest met de melders. Er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen de meldingen die op het particuliere terrein liggen en meldingen op het openbare terrein.

 

Voor wat betreft het particuliere terrein: daar kan en mag de gemeente niets aan doen. Dat is iets voor de eigenaar van het pand. Van de 29 meldingen zijn er inmiddels 7 opgelost. Naar acht wordt een onderzoek ingesteld hoe die problemen het beste kunnen worden aangepakt. Soms is het plaatsen van een  ontluchtingsdeksel al voldoende. Natuurlijk wil de gemeente zoveel mogelijk meeliften op nieuwe bestratingen. Als het geen uitstel kan dulden wordt er eerder ingegrepen en met andere (tijdelijke) maatregelen opgelost. Twee meldingen die nog niet bekend waren bij de gemeente zijn door Bergstra alsnog aangemeld.

De overgebleven meldingen zijn zogenaamde WOS-meldingen. Dat staat voor Water Op Straat. De gemeente Kampen heeft wateroverlast voor dit soort meldingen als volgt gedefinieerd: water dat langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (en met name fietsers). Daar was in deze gevallen geen sprake van: het water was binnen deze tijd al weer van de straat. Dus hier hoefde de gemeente ook geen verdere actie op te ondernemen.

 

Geld is gelukkig ook geen probleem: deze uitgaven staan al in de boeken vermeld. Mocht er in een jaar onvoldoende financiële middelen zijn dan biedt een fonds nog uitkomsten. GBK is zeer tevreden hoe de gemeente dit heeft aangepakt. Wij hopen dat dit soort meldingen straks tot het verleden zullen behoren. Wij hebben voorgesteld om in dit soort gevallen 1 meldpunt in te stellen: gemakkelijk voor de bewoners en voor de ambtenaren.

Voor het einde van 2019 moet de Stresstest Wateroverlast zijn uitgevoerd door de gemeente. Deze Stresstest wordt uitgevoerd met 7 gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen. Daarmee wordt inzicht verkregen in de kwetsbaarheid van de omgeving voor wateroverlast door extreme regenval. Op basis daarvan worden dan keuzes gemaakt over het nemen van maatregelen om de gevolgen van hoosbuien en/of langdurige regenval die in de nabije toekomst door de klimaatverandering vaker zullen voorkomen, te beperken. GBK zal zorgen dat dit onderwerp op de termijnagenda geplaatst gaat worden zodat maandelijks de stand van zaken/voortgang besproken kan worden.


Wateroverlast in Kampen

Gepubliceerd op woensdag 10 oktober 2018 20:24 door Piet Bergstra (tekst)

"Naar aanleiding van de wateroverlast van begin augustus werd GBK via de Facebookpagina benaderd door inwoners. Inwoners die het zat waren om (voor de tweede keer dat jaar) na een fikse stortbui als de wiedeweerga naar buiten te moeten om putdeksels te liften, putafsluiters te verwijderen om zo het water, dat bleef staan, weg te laten lopen. Daarmee voorkwamen ze dat het water sommige huizen binnenliep. Maar je zult de benedenverdieping wél onder water hebben staan. Of de inhoud van het riool in je badkamer. Daar word je niet vrolijk van. Dit probleem geldt overigens niet alleen bewoners, maar ook voor sommige ondernemers.

 

Alle gemeenten in Nederland moeten de komende twee jaar een stresstest doen om knelpunten op het gebied van onder meer wateroverlast in kaart te brengen. Als we dit filmpje hebben gezien denken we dat Kampen is gezakt voor deze test. Uit nieuwe wetenschappelijke inzichten blijkt dat de hoeveelheid regen in piekbuien mogelijk sneller toeneemt dan tot nu toe is aangenomen. Reden temeer om zo snel mogelijk in actie te komen. Laten we daarom beginnen bij de huizen/bedrijven die daadwerkelijk last hebben gehad van waterschade. Die dus het water binnen hadden staan. Het zal immers jou huis maar zijn die blank staat of stinkt naar de inhoud van het riool.

 

We moeten zoeken naar een snelle oplossing. Wij denken daarbij in eerste instantie niet aan het vervangen van riolering. De gemeente heeft immers niet alle riolering in kaart gebracht. Bovendien kost dit teveel tijd. Wij denken meer aan een praktische, eenvoudige, snellere oplossing: graaf een gat, leg een drempel, plaats een extra afvoerpijp naar een sloot of vijver in de buurt etc.

Even een verduidelijking voor het gat. Graaf een gat in het diepste punt van de straat. En dan bedoelen wij echt een heel groot gat. Stort dat gat vol puin, dek het af met grind en vervolgens met zand. Een soort bezinkput. Sluit er 1 of 2 afvoerpijpen op aan. Op deze manier heeft het eerste regenwater de mogelijkheid om snel weg te lopen en wordt het riool zo ontlast.

 

Ja, maar … er liggen leidingen in de straat en een riool, zal er worden gezegd. Ja, dat weten wij ook.  Daarom is ons advies: heel voorzichtig graven. Heeft iemand een andere of betere oplossing? Heel graag. Laat het weten. Denk vooral mee. Maar laten we zo snel mogelijk de handen uit de mouwen steken en beginnen. Ook geld kan of mag het probleem niet zijn. Dat was het ook niet bij het achterstallig onderhoud van de stadsbrug of bij de aankoop van ruim 13 hectare grond in de Zuiderzeehaven.

 

We roepen ook de andere politieke partijen op: denk mee om hier zo snel mogelijk een einde aan te maken. Tegen het gemeentelijk apparaat willen we zeggen: Denk in oplossingen en niet in problemen.

 

Tegen het college wil de fractie van GBK zeggen: in het coalitieprogramma staat ”We willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn”. Dan is dit uw kans. Pak op die handschoen! Help de mensen/ondernemers die het betreffen. Wij willen voorstellen om dit probleem op de agenda van de commissievergadering van november te zetten en hier dan verder over te praten". 

Wil je een groter beeldformaat? Klik dan hier.


De stadsarcheoloog van Kampen

Gepubliceerd op vrijdag 3 augustus 2018 17:24 door Piet Bergstra (tekst en foto's)

Misschien hebben jullie er wel eens van gehoord: de stadsarcheoloog. Maar wie is dat, waar zit hij en wat doet hij? Dat vroegen wij ons ook af dus bracht ik hem een bezoek om antwoord te krijgen op deze en andere vragen.

 

De stadsarcheoloog van Kampen is Alexander Jager. Sinds 2000 werkt hij bij de gemeente Kampen maar hij is al 32 jaar actief in de archeologie. Zijn bureau is gevestigd achterin de Stadskazerne, vanwaar hij uitzicht heeft op de Buiten Nieuwstraat.  Dat mag wat kosten. Maar dan heb je ook wat. Want een verhuizing van de Molenstraat naar dit (moderne) onderkomen was een zeer grote maar ook nodige stap. Het binnenklimaat wordt hier geregeld. Goed voor alle kostbare stukken. Leuke bijkomstigheid: bij deze buitentemperaturen is het binnen lekker vertoeven. 

De stadsarcheoloog Alexander Jager
De stadsarcheoloog Alexander Jager

Alexander staat mij al op te wachten in de centrale hal. Na een korte kennismaking lopen we via een lange glazen gang richting zijn werkruimte. Het is er behoorlijk aan de temperatuur in deze gang met al dat glas (en koud in de winter aldus Alexander). Als we de gang eenmaal verlaten hebben en het werkdomein van Jager binnengaan, daalt de binnentemperatuur aangenaam.

 

Alexander vertelt over zijn taken binnen de gemeente: “Mijn taak is drieledig: ik ben verantwoordelijk voor het depot. Daarnaast doe ik in voorkomend geval onderzoek aan gevonden objecten. Zelf opgraven doen wij niet. Dat doet Zwolle, daar hebben wij een samenwerking mee. Wijzelf hebben daarvoor geen licentie. Tenslotte adviseer ik het college van b&w op het gebied van archeologie. Ik ben als coördinator van het gemeentelijk archeologisch beleid, ook contactpersoon en vertegenwoordiger van het bevoegd gezag op het gebied van archeologische monumentenzorg. Bij dat laatste hoort bijvoorbeeld ook het adviseren van vergunningaanvragen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling”. 

De werkruimten zijn groot en overzichtelijk. Maar de bureaus geven een indruk dat er nog erg veel werk ligt te wachten. “Dat klopt. We zijn op dit moment bezig om alles te digitaliseren zodat dit alles ook gedeeld kan worden. Het resultaat van tweehonderd onderzoeken moet worden ingevoerd: van een grote potscherf tot de kleinste metalen gesp. Dat digitaliseren kost enorm veel tijd. Een voorwerp moet eerst worden ingevoerd in een computersysteem waarbij het uitgebreid omschreven  wordt. Daarnaast moet het worden gefotografeerd, verpakt en opgeslagen“, aldus de archeoloog. Het doel ervan is het duurzame behoud van informatie van (opgegraven) archeologische vindplaatsen voor toekomstig onderzoek en ‘beleving’ van het cultureel erfgoed voor het publiek en wetenschappers. “Het mooiste zou zijn om de vele voorwerpen die we hebben in de toekomst tentoon te kunnen stellen aan het publiek”

 

Daarnaast bestaat er een archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Kampen. Deze kaart geeft nauwkeurig weer wat de ‘verwachte dichtheid aan archeologische resten’ is. Ook deze kaart moet ook weer worden bijgewerkt. Want er is ondertussen alweer het een en het ander gebeurd in (de grond van) Kampen. Kortom, Alexander hoeft zich nog niet te vervelen.

Alle voorwerpen worden beschreven en gefotografeerd.
Alle voorwerpen worden beschreven en gefotografeerd.

Maar dat geldt ook voor Pauline Kaan. Zij is de depotbeheerder (vandaag niet aanwezig) en houdt zich bezig met het fotograferen en digitaliseren van de voorwerpen. Naast het depot van archeologische vondsten is ook het gemeentelijk archief en het stedelijk depot hier ondergebracht. Bij het digitaliseren van de inventaris is men begonnen met de oudste voorwerpen. Inmiddels is men aan het werk met de resultaten van opgravingen uit 1950. Zo’n 5% staat in het systeem. Elke scherf is van groot wetenschappelijk belang maar niet elk voorwerp zal worden gepubliceerd. Van (oorsprong) een aantal dezelfde scherven worden allemaal gedocumenteerd maar alleen de besten gepubliceerd. Ook is er nog een stagiair werkzaam. Hij houdt zich bezig met het digitaliseren van de rapporten.

Er is een samenwerking op het gebied van de archeologie tussen Kampen en Zwolle. Het doel van deze samenwerking is om de archeologische opgravingsexpertise van de gemeente Zwolle ook in te kunnen zetten in de gemeente Kampen. Daarbij wordt ook bijgedragen aan het vergroten van het inzicht in de regionale archeologische informatie en in de samenhangende bewoningsgeschiedenis van dit gebied.

 

Eén van de grote toekomstige uitdagingen voor de archeologische vakwereld is het betrekken van geïnteresseerd publiek bij opgravingen, documentatie en collectiewerk. Archeologische opgravingen kunnen rekenen op draagvlak bij het grote publiek. Vrijwilligers moeten mogelijkheden hebben om te helpen bij opgravingen en depotwerk. Hiervoor heeft de gemeente, in samenwerking met de vereniging Jan van Arkel, een werkgroep opgezet.

 

Een bezoek aan het depot levert een mooi overzicht op van wat er zoals is opgegraven in de loop der jaren. Grote ladekasten en stellingen komen uit het oude stadsarchief. “Dat vind ik geen enkel probleem. De ladekasten zijn zelfs brandbestendig. Wij kunnen ze prima gebruiken voor het opbergen van het kleinere spul”. De rondleiding geeft een duidelijk beeld van wat er in de afgelopen jaren is opgegraven. 

Door de wijziging van de Monumentenwet 1988 op 1 september 2007 met de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) zijn gemeenten zélf verantwoordelijk voor het archeologisch erfgoed binnen hun gemeentegrenzen. Archeologie is door het van kracht worden van de nieuwe wet een verplicht onderdeel van het ruimtelijk besluitvormingsproces geworden. We hebben nu zelfs een wethouder Archeologie.

 

Gemeenten hebben daardoor de belangrijke taak om het archeologisch belang af te wegen tegen alle andere belangen die een rol spelen in dit proces. Zij moeten rekening houden met mogelijke archeologische waarden bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan of bij aanpassing/actualisering van een bestaand bestemmingsplan. Zij heeft de mogelijkheid om bij het afgeven van bouw-, aanleg- en sloopvergunningen archeologisch onderzoek te eisen. 

 

Om het archeologiebeleid uit te kunnen voeren op het door de wet verlangde niveau moet de  gemeente zich verzekeren van gekwalificeerde archeologische kennis, van continuïteit van kennis en inzet. Met een archeoloog en een depotbeheerder heeft de gemeente dit in huis.


Toch weer bloemborders in ons Stadspark

Gepubliceerd op vrijdag 20 juli 2018 21:13. Door Hans de Wilde (personeelsblad De Blikopener, gemeente Kampen)

Met de Hanzedagen vorig jaar zijn er toch weer bloemborders aangelegd. Dit zou enkel voor de Hanzedagen zijn en daarna zouden de stukken weer ingezaaid worden met gras. Juist door het beeld wat tijdens de Hanzedagen te zien was werd de roep om nieuwe borders weer dringender.

 

Eerst even een stukje historie van het park, in de volksmond het Kamper Plantsoen genaamd.

Dit park is aangelegd in de Engelse Landschapsstijl. Omstreeks 1830 werd een begin gemaakt met de aanleg. Dit gebied lag toen nog buiten de toenmalige stadswal.

Het ontwerp is van de hand van de stadsarchitect Nicolaas Plomp en al in 1863 is er een herontwerp gemaakt door de landschapsarchitecten Jan David Zocher en Louis Paul Zocher.

In 1915 is er opnieuw een herziening geweest onder leiding van Leonard Springer, door nieuwbouw van zowel een school en het ziekenhuis was het oorspronkelijke ontwerp aangetast.

 

Met name het stuk tussen Cellesbroederpoort en Broederpoort is een mooi voorbeeld van een oud park en staat op de Monumentenlijst. Het opvallendste in dit gedeelte is de grote verscheidenheid van grote oude bomen zoals kapitale populieren, essen en kastanjes. Ook beuken en een oude Japanse notenboom -gingo-  bij de Broederpoort.

Stadskwekerij

In dit gedeelte van het Stadspark hebben heel lang een aantal bloemborders met éénjarige planten een plek gehad. Door een verscheidenheid aan kleur, vorm en hoogte een zeer gewaardeerde aanvulling van het park. Heel lang werden deze planten in eigen beheer op de stadskwekerij gestekt, gezaaid en opgekweekt. Bij de crisis in de `80-er jaren werden deze bloemborders nog overeind gehouden. Pas toen er door de politiek in 2013/2014  een definitieve keuze werd gemaakt voor de  ‘basis’-onderhoudsnorm in alle wijken, inclusief het Plantsoen, kwamen ook deze borders te vervallen.  

Kleur

Vooral een aantal inwoners heeft zich de afgelopen jaren hard gemaakt om toch weer kleur in het Stadspark terug te krijgen. Helaas was er geen ruimte binnen het huidige budget om deze borders opnieuw weer te gaan aanleggen. Bij de eenheid Ruimtelijke Ontwikkeling was er een subsidie voorhanden om in een gedeelte van het Plantsoen iets te creëren. Daarbij werd gedacht aan de verdwenen bloemborders. Tekeningen werden gemaakt en besproken. De keus viel op de twee gedeelten tussen de beide poorten op de plaats van de voormalige éénjarigen-borders. Deze zogenaamde wisselperken (zomer éénjarigen - najaar/voorjaar violen en bloembollen)  zijn door deze wisselingen erg arbeidsintensief. 

 

Om toch een stukje bloei terug te kunnen krijgen, is er uiteindelijk gekozen voor vaste planten borders. De aanleg en aankoop van deze planten is uit de subsidie betaald. Het onderhoud wordt de komende jaren door de wijkploeg van team Groen van de Korteweg gedaan.


Werkbezoek Kampereiland/Mandjeswaard

Gepubliceerd op zondag 8 juli 2018 19:39 door Piet Bergstra  (tekst en foto's)

Op uitnodiging van de Stadserven brachten enkele raads- en commissieleden een werkbezoek aan twee totaal verschillende types melkveehouderijen: de serrestal van de familie De Groot en de ligboxenstal van de familie Van Werven. Beiden in de Mandjeswaard. Maar eerst een stukje historie.

 

Op 18 juni 1363 sloot Bisschop van Utrecht Jan van Arkel een overeenkomst over de verdeling van Mastenbroek. Kort daarop verwierf de stad Kampen de Kampereilanden met ‘het eeuwig recht van op- en aanwas’ van alle zandplaten en gorzen die in de monding van de IJssel zouden opkomen. 

 

Van oudsher behoorden niet alleen het Binneneiland, maar ook de Mandjeswaard, de Pieper, het Haatland, de Melm en het Buitendijks tot het Kampereiland. Al deze gebieden behoren nu tot de Stadserven. De naam ‘Stadserven‘ verwijst naar het feit dat de boeren op het Kampereiland hun boerderij steeds pachtten van de stad Kampen. In feite is de landbouw al eeuwenlang de drager van natuur en landschap op het Kampereiland.

Naast het innen van de pacht is de Stadserven als eigenaar en beheerder van het Kampereiland en omstreken sinds 2013 verantwoordelijk voor het onderhoud van de erfbeplanting. Dit  onderhoud wordt uitgevoerd door medewerkers van het groenbedrijf van Impact. De uit te voeren werkzaamheden omvatten de beplanting die onder de bepalingen van de opstalvoorwaarden vallen, met uitzondering van tuinen en hoogstamboomgaarden. Ook de begroeiing langs wegen en bermen wordt niet binnen het contract met Impact verzorgd, aangezien dit een verantwoordelijkheid is van de provincie Overijssel en de gemeente Kampen.

 

Op deze mooie donderdagavond werd eerst een bezoek gebracht aan de serrestal van de fam. De Groot in de Mandjeswaard. Deze stal is zeer modern en voorzien van allerlei technische snufjes. Zelfs het voeren van de koeien wordt door een computer en robot gedaan. Maar het bedrijf zit niet stil. Met ruim 220 koeien is de volgende stap een vergistingsinstallatie waarmee gas kan worden opgewekt. Daarmee zouden 100 woningen van gas kunnen worden voorzien.

 

De koeien kunnen vrij in en uit lopen. Maar als er gemolken moet worden dan komt het nog wel eens voor dat er een aantal 'dwarsliggers' achterblijven in de wei. Die moeten dan worden opgehaald. En het blijken vaak dezelfde dames te zijn ...

De serrestal van de fam. De Groot.
De serrestal van de fam. De Groot.

De ligboxenstal van de fam. Van Werven is weer heel anders van opzet. Dit bedrijf heeft op dit moment ongeveer 95 koeien. Maar men is op zoek om het bedrijf uit te breiden naar zo'n 120 koeien. De infrastructuur is ervoor aanwezig: ze hadden eerder zoveel koeien. Maar door (nieuwe) regelgeving moest het bedrijf inkrimpen. 

De ligboxenstal van de fam. Van Werven.
De ligboxenstal van de fam. Van Werven.

In de stal worden de koeien ook meestal gevoerd met ruwvoer (kuilvoer) dat ze kunnen eten door met kop door een hek te steken. Maar ook een combinatie met vers gras is mogelijk, zoals vanavond. In deze ligboxenstal is een aparte ruimte gebouwd waarin de koeien gemolken worden door een robot.

 

Prachtig om die grote hoeveelheid zwaluwnesten onder de dakgoot te zien! Waar zie je dat nog? Bij de bouw van nieuwbouwwoningen is er helaas geen ruimte meer voor deze prachtige vogels. Cees van Werven houdt zich ook bezig met weidevogelbescherming. Kon hij vorig jaar nog 5 nesten van tureluurs en 1 van een grutto beschermen, dit jaar werd geen enkel nest meer gevonden. Volgens Van Werven is de vos daarvan een van de schuldigen. Die wordt daar namelijk veelvuldig waargenomen.

Het was erg interessant om ter plaatse in gesprek te gaan met "onze" boeren. Waar lopen de boeren tegen aan? Wat zijn hun toekomstplannen? Is er wel toekomst? Maar ook de gesprekken over wanneer het gras gemaaid moet worden. Dat dit te maken heeft met het eiwitgehalte, verhouten, zon, droogte of regen. Een soort wetenschap, zeg maar. Zomaar even grasmaaien is er niet bij.

 

Een prachtige ervaring en nog even nagenieten van een fantastische zonsondergang. Met dank aan de Stadserven voor deze mogelijkheid. 


Ontwerpproces Bolwerk Buitenwacht van start

Gepubliceerd op woensdag 4 juli 2018 18:39 Tekst: gemeente Kampen. Foto: Stadsarchief

Op dinsdag 3 juli vond de eerste bijeenkomst van het ontwerpatelier Bolwerk Buitenwacht plaats. Gemeente, omwonenden en andere betrokken zijn met elkaar in gesprek gegaan over de verschillende deelgebieden binnen het plan Bolwerk Buitenwacht, over de ontwerpuitgangspunten voor het Stationsplein en over de waterproblematiek. Na de zomer krijgen de ontwerpateliers een vervolg met steeds een ander thema.

 

Nu bijna alle informatie die nodig is voor het vervolg van de ontwikkeling van Bolwerk Buitenwacht beschikbaar is, is gestart met de volgende fase en dat is het ontwerpproces. Om hier vorm aan te geven, worden met betrokkenen vijf ontwerpateliers georganiseerd. Bij iedere sessie van de ontwerpateliers staat een ander thema centraal, zodat er aan het einde van het ontwerpproces een compleet inrichtingsplan ligt. Dit inrichtingsplan wordt dan ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 

Wethouder Albert Holtland: “De aanwezigen zijn erg betrokken bij de ontwikkeling van dit gebied. De aanpak van wateroverlast staat hoog bij hen op de agenda, dus omwonenden zijn blij dat dit als eerste wordt opgepakt. Zij hebben op 3 juli meegedacht over de voorstellen. Bij het volgende ontwerpatelier hopen we een oplossing voor het verlagen van het grondwaterpeil, de berging van hemelwater en de waterafvoer voor te kunnen leggen, zodat we snel tot uitvoering kunnen overgaan.” 

 

Resultaten eerste ontwerpatelier

Ongeveer 50 bewoners en belangstellenden hebben zich gebogen over de eerste schetsen voor het gebied. Tijdens deze eerste bijeenkomst werden vooral ideeën opgehaald. Bij de volgende sessie wordt de uitwerking hiervan besproken. Er was veel steun voor de aanpak van de wateroverlast in het gebied. Ook werd gesproken over de wens voor een bredere groene buffer tussen de huizen aan de Sportlaan en het parkeerterrein. De uitdaging voor de komende periode

is om alle wensen zoveel mogelijk in het plan in te passen. Nadat enkele maanden geleden de gemeenteraad van Kampen heeft besloten tot uitwerking van de ontwikkelingsrichting voor het gebied Bolwerk Buitenwacht, heeft het werk niet stilgelegen. De afgelopen tijd is gebruikt voor een inventarisatie van alle belangrijke aspecten en is er veel informatie verzameld. Zo is bijvoorbeeld een geofysisch onderzoek uitgevoerd (een soort scan) om te onderzoeken of er nog restanten van het oude bolwerk in het gebied aanwezig zijn.

 

Volgende ontwerpatelier op 13 september

Het tweede ontwerpatelier is op 13 september. Dan staan naast de oplossing voor de wateroverlast, de uitwerking voor het stationsplein, de presentatie van het archeologisch onderzoek en de vormgeving van het gebied van de oude schans (het bolwerk) op het programma.