Bovenkerk: kijken achter het steigerdoek.

Gepubliceerd op zondag 24 maart 2019 20:24 Tekst en foto's: Piet Bergstra, Hanzebouw, RCE, gemeente Kampen.

De werkzaamheden aan de toren van de Bovenkerk zijn nog in volle gang. Raadsleden en pers mochten er een kijkje nemen. Na een welkomstwoord, koffie met vulkoek, kregen de aanwezigen uitleg door middel van een presentatie door ing. Harry Klunder van bouwbedrijf Hanzebouw b.v. Hanzebouw heeft de leiding van de restauratie. Dit bedrijf is gespecialiseerd in restauratie van monumentale gebouwen waaronder ook kerken. Na de presentatie werd de bouwhelm opgezet en vertrok het gezelschap richting de dertiende ‘steigerverdieping’. Sommigen met de bouwlift, anderen ‘deden’ dertien ladders.

 

De toren, zoals deze er nu uitziet, was niet altijd zo. In het begin bestond de toren uit drie geledingen met een puntdak, vergelijkbaar met die van de Buitenkerk. Later werd er een vierde deel opgebouwd en de punt zoals die nu is. De zijbeuken liepen eerst door en werden later weer verwijderd. Daardoor kwam de toren min of meer ‘los’ te staan van de rest van het gebouw. Nog weer later werden er twee grote steunberen tegen de toren gemetseld. Er is heel veel gebouwd en verbouwd aan kerk en toren. Delen van de buitenste schil van de toren bestaat soms uit tufsteen en gebakken steen. Het was vaak een kwestie van geld bij restauratie voor welke steensoort men koos.

Uitkijkpost

De restauratie startte in april 2018. De toren van de Bovenkerk verkeert in een slechte staat. Vele oude kerktorens zijn eigendom van de burgerlijke gemeente. De bijzondere situatie rond de oude kerktorens is een overblijfsel uit de Franse Tijd toen de scheiding tussen kerk en staat werd doorgevoerd. De Wetgevende Vergadering van de Bataafsche Republiek legde op 1 mei 1798 vast dat voortaan alle kerkgebouwen opnieuw moesten verdeeld onder de verschillende lokale kerkgenootschappen. Maar, zo werd nadrukkelijk bepaald, de torens "aan de Kerkgebouwen gehegt, benevens de Klokken, met derzelver huisingen, worden verklaard, eigendommen te zijn en te blijven der Burgerlijke Gemeenten, staande ten allen tijde onder dezelver beheering en onderhoud". 

 

De reden waarom de torens van de onderlinge verdeling tussen de kerkgenootschappen werden uitgesloten en bij de burgerlijke overheid bleven, kwam door de functie die ze in het maatschappelijk leven innamen. Ze hadden namelijk vaak een publieke functie. Als uitkijkpost, gevangenis, alarmering bij gevaar of brand e.d. De eigenaar van de toren is dus de gemeente Kampen. Dit betekent dat de kosten voor onderhoud ook door de gemeente betaald worden.

Scheefstandmeting

De toren is een kenmerkend element in het stadsbeeld van Kampen. Deze grote, gotische kruisbasiliek was het opvallendste element in het stadsgezicht van Kampen. Totdat er een flat langs de waterkant verscheen en windmolens op het industrieterrein. Uit historisch oogpunt is het van groot belang de toren in een goede staat terug te brengen. In 2015 werd gestart met de voorbereidingen ervan. Toen werd geconcludeerd dat zowel de fundering als het gevelwerk hersteld moest worden. Uit scheefstandmeting over de afgelopen 10 jaar bleek dat de toren structureel verzakt. De toren laat los van de kerk. Er gaapt een gat van zo’n vijftien centimeter tussen toren en kerk. Om verdere schade aan de kerk en toren te voorkomen moest de toren gestabiliseerd te worden. Dat is inmiddels gebeurd. De fundering is hersteld en er zijn maatregelen getroffen om verdere verzakking tegen te gaan. Hoe men dit deed?

Bovenstaande fotoserie van Hanzebouw geeft de werkzaamheden goed weer. Eerst werden er een aantal schroefpalen onder de toren aangebracht. Dit als basis voor een constructie waarop ijzeren balken kwamen te rusten. Nadat de schroefpalen waren aangebracht werden er een profielen door de muren geboord. Vervolgens werden stalen balken, door die gaten in de muren, onder de toren in een kruisvorm aangebracht. Met een vijzel werden die balken op de juiste hoogte gebracht. Dit gebeurde onder een druk van 600 Bar (ter vergelijking: de bandenspanning van een auto is zo'n 2,5 Bar gemiddeld). Nadat dit klaar was werd het geheel afgedekt met een speciale betonlaag. 

Wiebelend bakje

Hierna werd de toren in de steigers gezet. Er moest een steiger worden opgebouwd van 15 lagen tot een hoogte van 37 meter. Nadat de steiger was aangebracht kon een duidelijk beeld worden verkregen van wat de eigenlijke stand van zaken was van de buitenste schil van de toren. Er werd gevraagd of dat niet met een hoogwerker kon. Dat is niet mogelijk: bij zo'n inspectie moet men goed kunnen kijken bij bv. een tracering: boven, onder, links, rechts. In een wiebelend bakje, op een hoogte van 30 meter is dat nagenoeg onmogelijk. Vandaar de steiger. Bij deze inspectie bleek dat veel tufsteen vervangen moesten worden. Maar ook sommige bakstenen, traceringen, regendorpels en montanten waren nodig aan vervanging toe. Tracering is de stenen versiering in geometrische patronen in het boogveld van de gotische vensters en nissen. Montanten zijn de stijlen. Beiden zijn vaak van tufsteen gemaakt. 

Nieuw ingemetselde tufsteen.
Nieuw ingemetselde tufsteen.

Tufsteen

Tufsteen is een gesteente van vulkanisch materiaal. Het kan bestaan uit verschillende componenten, maar de hoofdzakelijk bestaat het uit vulkanische as. Tufsteen is een relatief zachte steensoort die gemakkelijk te bewerken is. De buitenkant opruwen gebeurd gewoon met een hamer. Daardoor zijn de voegers eigenlijk ook natuursteenbewerkers. Veel van de tufsteen wordt gewonnen in Duitsland en Oostenrijk. Sommige delen van de buitenmuren zijn van tufsteen maar ook de raambogen en kozijnen. Sommige tuf neemt vrij makkelijk water op, maar staat dit wat moeilijker weer af, waardoor deze tuf op den duur gevoelig is voor vorstschade. Na verloop van tientallen jaren tot een eeuw begint deze steen dan ook ernstige scheuren te vertonen. Nu wordt veel tufsteen vervangen. Sommige regendorpels ook maar die zijn van een veel zwaardere kwaliteit natuursteen. Een goede meter regendorpel weegt als snel zo'n 120 kilo.

Wijzerplaten

Het uitzicht op deze hoogte is fantastisch! Je ziet Kampen in panorama view. Het weer was die dag wat somber en donker maar je kunt niet alles hebben. Het sloopwerk ter hoogte van de bovenste vijf steigerlagen is afgerond en inmiddels wordt gewerkt aan het aan te brengen nieuwe tuf- en baksteen en regendorpels. De voegers van voegbedrijf Heldoorn zijn druk bezig met het opmetselen van de tufstenen in de buitenste schil van de toren en het vervangen van montanten, regendorpels en traceringen. Daarna kan het worden afgevoegd. Dan zijn de eerste vijf lagen klaar. Nog 10 te gaan. 

 

De wijzerplaten zijn inmiddels ook verwijderd om gerestaureerd te worden. Na onderzoek werd geconstateerd dat de wijzerplaat aan de noordzijde waarschijnlijk de meest authentieke is en in 1807 is geplaatst. Destijds kreeg de aannemer de volgende opdracht gekregen (uit bestek van 1807): ‘den aannemer moet nog een nieuw wijzerbord voor het uurwerk doen maaken, van grootte en swaarte egaal aan de twee af te neemene oude borden.’ Deze wijzerplaat is gemaakt van koper op een hout met metalen frame. De andere twee zijn zeer waarschijnlijk in latere jaren vernieuwd.

 

In één van de wijzerplaten zijn de nodige kogelgaten ontdekt. Deze worden niet gerepareerd, maar blijven bewaard als litteken uit het verleden. De wijzerplaten worden opnieuw gecoat in de oorspronkelijke kleur staalblauw met vergulde cijfers.

Schillen

In de jaren 90 is de toren voor het laatst compleet in de steigers gezet. Nu blijkt dat de restauratie die destijds werd uitgevoerd minder duurzaam is gebleken. Achteraf is dat verklaarbaar omdat uit kostenoverwegingen alleen de hoogst noodzakelijke tufsteen werd vervangen en op meerdere plaatsen werd geschild in plaats van vervangen. Schillen is het gedeeltelijk afkappen van de tufsteen zodat oppervlakkige beschadigingen en verweringen worden verwijderend. In het meerwerk werd vervanging van alle slechte tufsteen voorzien. Als nu weer gekozen zou worden voor het schillen in plaats van vervangen dan zou een nieuwe restauratie over 10 tot 15 jaar noodzakelijk zijn. Vandaar deze rigoureuzere stap.

 

De werkzaamheden liggen op schema. Door de restauratie op deze manier uit te voeren zal de toren er weer voor een periode van 30 tot 40 jaar er tegen kunnen. De planning is er op gericht om in het voorjaar van 2020 het werk af te ronden.


De Burgel, wat zou het mooi zijn ...

Gepubliceerd op dinsdag 5 maart 2019 09:10 Tekst: Herman Bres. Foto's: Kamper Steur, Stadsarchief Kampen

Tot begin jaren ’60 van de vorige eeuw kende de Burgel prachtige boogbruggen en hekwerk die in 1962 en ’63 gesloopt werden i.v.m. restauratie van deze gracht en verbreding van de Vloeddijk. Dat gebeurde in de geest van die tijd en zie je ook veel terug in de woningbouw van die tijd. Hele rijen dezelfde woningen, het moest allemaal snel en goedkoop gebeuren, mooi hoefde het niet te zijn.

 

Ook de Burgel werd jammer genoeg op deze manier verbouwd, slopen al die prachtige boogbruggen en het hekwerk. Men zou het vandaag de dag niet in zijn hoofd halen al dat moois te slopen voor simpele bruggen en het weg laten van het gietijzeren hekwerk. Kampen telt zo’n dikke 500 monumenten en beeldbepalende panden. Helaas valt de Burgel, centraal gelegen in onze historische stad en omringd door veel mooie gebouwen, daarbij in het niet.

Het zou toch prachtig zijn, als eerherstel en in het kader van toerisme en het houden van culturele evenementen, dit historische water, centraal gelegen in onze stad, weer enigszins te verfraaien. In ieder geval terug die mooie boogbruggen en opnieuw hekwerk plaatsen en mooie verlichting er langs. Wat te denken van het inrichten van terrassen en rondom de Burgel evenementen houden?Er “in” zou je pontons kunt leggen waar orkesten, koren en artiesten kunnen optreden. En mocht het winter worden, schaatsen op de Burgel en ’s zomers met kano’s varen. Hoe mooi kan het worden, zeker als straks ook “de Kamper kogge”, voor veel aantrekkingskracht belooft te zorgen? Netwerk met de radio- en tv-zenders “hoe mooi Kampen is” om uitzendingen te verzorgen. Investeer en maak iets moois van de Burgel!


Stadsmuur blootgelegd

Gepubliceerd op woensdag 13 februari 2019 09:05 Tekst: Albert Holtland. Foto's: Stedelijk Museum, Albert Holtland, Piet Bergstra

Bij werkzaamheden aan de straten en het riool in de 3de Ebbingestraat is weer een mooi stuk van de stadsmuur blootgelegd. De buis voor de afvoer van het regenwater moet daar naar de stadsgracht toe (stukje langs de Flevoweg) en daarbij werd dus weer de stadsmuur opgegraven.

 

We weten dat de stadsmuur nog onder de grond zit waarschijnlijk over de gehele lengte van de het plantsoen.

 

De stadsmuur werd op last van onze eerste koning, Koning Lodewijk Napoleon, omstreeks 1810 weggebroken. Immers in die tijd hadden steden geen verdedigingsmuren meer nodig vond men. De opkomst van kanonnen bracht mee dat een stadsmuur toch wel kapot geschoten kon worden en men dacht toen meer in de trant van verdediging aan de landsgrenzen dan aan de stadsgrenzen.

 

De muur werd afgebroken en werd gebruikt voor de aanleg van de strekdam in de IJssel, daar waar de IJssel toen overging in de Zuiderzee. Dat was om de stroming van de IJssel te bevorderen en het verzanden van de IJsselmond tegen te gaan. Ook weer een stukje watermanagement uit de 19de eeuw.

De muur meet ter plekke van de opgraving 1.24 meter. Dat is dus de dikte van de muur rondom Kampen geweest. De muur is daar weggehaald tot onder het huidige maaiveld, waarschijnlijk is dat in de 60er jaren geweest, bij de doorbraak vanaf de Flevoweg naar de Burgwal, om een inrit naar de binnenstad te krijgen.

 

De hoop is dat de muur onder de aarden wal tussen en naast de poorten hoger zal blijken te zijn, omdat dezelfde koning Lodewijk Napoleon Kampen verordende om daar de muren hoger te laten en af te dekken met klei en aarde om de stad aan die zijde te beschermen tegen het water van het Reevediep (Zuiderzee). Immers het water van het Reevediep klotste in die tijd gewoon tegen de stadsmuur aan en zeker bij vloed en storm kon dat een gevaar zijn.

 

Ook het maaiveld lag in die tijd behoorlijk lager. We kunnen zien aan het stuk opgegraven stadsmuur dat het maaiveld in die tijd zo’n 1,5 meter lager heeft gelegen. Bij de bouw van de stadsmuur eind 16de eeuw was het gebied tussen de Ebbingestraten en de Burgwal nog gewoon (laag) binnendijks bouwland. Kijk maar op de oude kaarten van Braun en Hoogenberg en Blaauw. 

 

De muur en de poorten werden op maaiveld hoogte gebouwd. In latere jaren is het daar behoorlijk opgehoogd om de huizen niet in de modder te laten staan bij een regenbui. Dat betekent ook dat een flink deel van de stadsmuur wat in die late middeleeuwen gewoon zichtbaar was, nu onder het maaiveld is verdwenen.

 

Niettemin is het mooi om te zien dat er weer een stukje van de rijke historie van Kampen zichtbaar was. Helaas wordt er een afwateringsbuis van 50 cm doorsnee middels een boring doorheen geleid en daarna wordt de muur weer toegedekt. Moesten de muur vroeger het water van buitenaf tegenhouden, nu moeten we door de muur om water van binnenuit af te kunnen voeren. De loop der tijden maakt dat dingen veranderen………..


Rubbergranulaat: van alle kanten

Gepubliceerd op zaterdag 9 februari 2019 11:33 Samenstelling: Piet Bergstra.

Iedere dag wordt in Nederland gesport op kunstgras. Het aantal kunstgrasvelden in ons land is de laatste jaren explosief gestegen. Er liggen inmiddels alleen al bijna 2000 kunstgras voetbalvelden in Nederland. Het voordeel van die velden is dat er veel vaker op gespeeld kan worden dan op een grasveld. Scholen, voetbalclubs maar ook kinderdagverblijven, iedereen maakt er inmiddels gebruik van.

 

Maar wat veel mensen niet weten, is dat 90% van al die velden is bestrooid met gemalen autobanden. Die banden mogen niet verbrand of gestort worden. Daarom worden ze gerecycled en komen ze terecht op de kunstgrasvelden. In de banden zitten veel giftige stoffen. En ook stoffen die bewezen kankerverwekkend zijn. Die kankerverwekkende stoffen zijn met name voor kinderen gevaarlijk.

 

Op 22 februari 2017 stelden wij het college schriftelijke vragen. Wij vroegen aandacht voor de gezondheidsrisico’s bij het gebruik van met rubbergranulaat ingestrooide kunstgrasvelden. De reden daarvan was een televisie-uitzending van Zembla ‘Gevaarlijk spel’ in oktober 2016, dat ging over kunstgrasvelden. Door het college werd al eens eerder mondeling antwoord gegeven, nu kwam een schriftelijke reactie.

 

Rubbergranulaat verantwoord

Begin 2017 maakte het RIVM de resultaten van het onderzoek bekend. Uit dat onderzoek bleek dat sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat verantwoord is. De alternatieven (TPE of kurk) zijn duurder, meestal beperkt getest op gezondheidsrisico's en sporttechnisch gezien zeker niet beter dan rubbergranulaat. Op basis daarvan besloot het college op 22 januari jl. om rubbergranulaat niet op voorhand uit te sluiten.

Omslagfoto rapport "Beoordeling gezondheidsrisico’s door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat" van RIVM
Omslagfoto rapport "Beoordeling gezondheidsrisico’s door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat" van RIVM

De conclusie van het onderzoek is dat het risico voor de gezondheid van sporten op deze kunstgrasvelden praktisch verwaarloosbaar is. Rubbergranulaat bevat weliswaar schadelijke stoffen, maar deze stoffen komen maar in zeer lage hoeveelheden vrij uit het rubbergranulaat na inslikken, bij huidcontact of door verdamping bij warm weer. Het RIVM adviseert om de norm voor rubbergranulaat bij te stellen naar een norm die dichter in de buurt ligt van de norm voor consumentenproducten.

 

Schadelijk effect gezondheid praktisch verwaarloosbaar

Het onderzoek van het RIVM bestond uit literatuuronderzoek en veld- en laboratoriumonderzoek. De beschikbare wetenschappelijke literatuur is onderzocht over de stoffen in rubbergranulaat, de eigenschappen en de gezondheidseffecten ervan. Met een veld- en laboratoriumonderzoek werd onderzocht welke chemische stoffen er in het rubbergranulaat zitten en of die stoffen vrijkomen uit de korrels. Het RIVM werkte hierbij samen met vele anderen en liet zich adviseren door een wetenschappelijke en een maatschappelijke klankbordgroep. 

Bemonstering van rubbergranulaat met een stofzuiger (links) en vulling van een glazen pot met het bemonsterde materiaal (rechts). Foto: RIVM
Bemonstering van rubbergranulaat met een stofzuiger (links) en vulling van een glazen pot met het bemonsterde materiaal (rechts). Foto: RIVM

“In rubbergranulaat zitten heel veel verschillende stoffen, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), metalen, weekmakers (ftalaten) en bisfenol A (BPA). De stoffen blijken in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij te komen. Dat komt doordat de stoffen min of meer in het granulaat zijn 'opgesloten'. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid praktisch verwaarloosbaar”, aldus het RIVM. Maar is dat wel zo?

 

Kinderen zijn een stuk kwetsbaarder 

Een raadslid uit Sittard was bezorgd over de risico’s van dit soort kunstgrasvelden in zijn gemeente en vroeg prof. dr. M.P.F. (Martijn) Berger naar het onderzoek te kijken. Martijn Berger was toen hoogleraar Methodologie en Statistiek aan de universiteit van Maastricht: “Er valt er uit het onderzoek geen enkele conclusie te trekken, omdat er veel te weinig voetballers hebben deelgenomen. De kleine groep, ’t is een kleine steekproef, van mannelijke sporters, zeer select vind ik want er zijn ook kinderen en vrouwen die op die grasmatten sport bedrijven. En kinderen zijn een stuk kwetsbaarder maar dat is een hele selecte groep vind ik en die is volstrekt onvoldoende om überhaupt iets te kunnen vinden. Dus statistisch gesproken zegt men dat je niet voldoende statistisch vermogen hebt om een effect te vinden”.

Lozingen van drainagewater kunststofgrasvelden. Foto: STOWA
Lozingen van drainagewater kunststofgrasvelden. Foto: STOWA

Geen antwoord

Andrew Watterson, hoogleraar Volksgezondheid is ook betrokken bij internationale campagnes ter preventie van kanker. Eerder deed hij onderzoek naar de gezondheid en veiligheid van mensen die met autobanden werken. Nu heeft hij alle studies die er wereldwijd verschenen zijn over de gezondheidsrisico’s van kunstgrasvelden met gemalen autobanden bestudeerd. Volgens hem geven die studies geen enkel antwoord op de vraag hoe groot de risico’s zijn. “Helaas baseren overheden zich op een klein onderzoek en zeggen dat ze er niks aan de hand is. Dat kun je niet concluderen op basis van een klein onderzoek”, aldus Watterson.

 

Zink, kobalt en minerale olie 

Een rapport van het RIVM over het grondwater concludeert dat het gebruik van rubbergranulaat op kunstgrasvelden schadelijk kan zijn voor het milieu in de directe omgeving van de velden. Uit de rubberkorrels kunnen stoffen lekken die terecht komen in de grond om de velden heen (de bermgrond) en in de bagger in sloten. Dat is slecht voor het ecosysteem omdat het de biodiversiteit aantast. Op diverse locaties overschrijden de concentraties zink, kobalt en minerale olie bij kunstgrasvelden de geldende normen voor bodem en waterbodem (Besluit bodemkwaliteit), terwijl dat bij echte grasvelden niet het geval is.

 

Het milieu is vooral gevoelig voor hoge concentraties zink; voor de mens vormt zink geen gezondheidsrisico. Kobalt, zink en minerale olie die uit rubbergranulaat weglekken, kunnen zich ook ophopen in de technische onderlagen van het kunstgrasveld. Van daaruit kunnen ze zich, op korte of lange termijn, verder verspreiden naar de omgeving.

 

Strenger Europese Regelgeving

In de zomer van 2015 ontstond er grote onrust onder de banden- en rubberfabrikanten. Aanleiding was strengere Europese regelgeving voor rubberproducten die in contact komen met de huid, zoals speelgoed. Die nieuwe norm werd vastgelegd in de zogenaamde REACH regeling. Daarin is bepaald dat van de 8  


kankerverwekkende paks in het rubber nog maar maximaal 1 milligram per kilo mag zitten. Voor kinderproducten mag dat nog slechts 0,5 milligram zijn. Maar in het rubbergranulaat van de kunstgrasvelden is het gehalte van die stoffen veel hoger.

 

Vervuiling waterbodem

Rubbergranulaat op kunstgrasvelden kan tot plaatselijke vervuiling van de bermgrond en waterbodem leiden. Dat blijkt uit onderzoek dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de waterschappen uitvoerden. 

Stilstaande snoek. Foto: STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer)
Stilstaande snoek. Foto: STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer)

De milieubelasting ontstaat doordat rubbergranulaatkorrels van kunstgrasvelden worden meegesleept door mensen of bijvoorbeeld door het gebruik van bladblazers. Hierdoor kunnen rubbergranulaatkorrels tot enkele meters naast het veld op de bermgrond terechtkomen.

Daarnaast lekken stoffen uit rubbergranulaat, en mogelijk uit de onderlaag van het veld, weg naar het drainagewater: regenwater dat via de sportvelden in de bodem terechtkomt en van daaruit via buizen wordt afgevoerd naar een sloot. In het slootwater worden de concentraties zodanig verdund dat ze geen schade veroorzaken. Wel binden de meeste stoffen zich aan bagger op de slootbodem. In de waterbodem zijn wel effecten gemeten.

 

In het licht van de conclusie en de aanbevelingen van het rapport beveelt de Unie van Waterschappen aan om een aanvullende milieurapportage voor rubbergranulaat verplicht op te nemen in het zorgplichtdocument. Ook vindt de Unie dat er voldoende controle moet zijn op naleving van de zorgplicht. Daarnaast moeten partijen op zoek naar milieuvriendelijker alternatieven. Dit met het oog op de taak van de waterschappen.

 

De GGD

Op basis van het onderzoek van het RIVM concludeert de GGD dat het verantwoord is om te sporten op de kunstgrasvoetbalvelden. De GGD onderschrijft de conclusie en adviseert kinderen en ouders om vooral te blijven sporten. De GGD begrijpt dat sommige ouders zich toch zorgen blijven maken, ondanks de uitkomsten uit het RIVM-onderzoek. Normaal hygiënische gedrag zorgt er voor dat contact met de rubberkorrels zo klein mogelijk is.

  • Neem een douche na het sporten, en trek daarna schone kleren aan;
  • Klop sportschoenen en –kleding buiten uit;
  • Maak open wonden of schaafwonden goed schoon en dek ze af vóór het spelen op het veld;
  • Zorg ervoor dat de korrels niet in de mond komen: dus let op je kinderen en sluit bidons op het veld af na gebruik.

De KNVB

De KNVB tenslotte heeft ook een eigen Dossier Rubbergranulaat Kunstgras. Zij schaart zich ook achter het RIVM en haar rapport. De KNVB heeft het in het ene artikel over het feit dat het niet ongezond is om op kunstgras gevuld met rubbergranulaat te sporten. In een ander artikel heeft de KNVB het over het feit dat rubbergranulaat verantwoord is terwijl de kop aangeeft dat het veilig is.

In de zomer van 2017 kwam Zembla met het vervolg op de eerste aflevering. Onderzoekers van de Vrije Universiteit zijn het niet eens met de conclusies van het rapport van het RIVM. In Langs de Lijn En Omstreken lichtte onderzoeksleider en toxicoloog Jacob de Boer de bevindingen toe. 'Een promotieonderzoek duurt vier jaar, het onderzoek van het RIVM twee maanden'. 

 

Afgelopen donderdagavond (7 februari 2019) was er tijdens het raadspreekuur een inspreker die namens de Stichting 'Kom van het gras af' een presentatie hield. Die presentatie is hieronder te downloaden. 

 

Bronnen:

Zembla; RIVM; UVW; KNVB; GGZ; NPORadio1

Download
Presentatie Stichting Kom van dat gras af.
Samen sterk voor veilige sportvelden
2019207.pdf
Adobe Acrobat document 5.2 MB

Binnenkijken: Het Hoornbeeck College

Gepubliceerd op woensdag 9 januari 2019 13:53 Tekst en foto's: RoosRos architecten en Piet Bergstra

Een kenmerkend gebouw als je via de Molenbrug richting Kampen rijdt. Het Hoornbeeck is een reformatorische mbo-school. De school biedt opleidingen in de sectoren dienstverlening, economie, ICT/techniek en zorg/welzijn. Er is een totaal aanbod van ongeveer 30 opleidingen in Kampen. Landelijk (de school heeft 6 vestigingen) zijn dat er bijna 100. Het Hoornbeeck College voert de landelijke ranglijst van mbo-scholen aan in de Keuzegids Mbo 2019.

 

De nieuwbouwlocatie van het Hoornbeeck College te Kampen ligt op een strategische positie bij de zuidelijke toegangsweg naar Kampen. Het ontwerp bestaat uit een compact en overzichtelijk onderwijsgebouw in drie lagen. De bovenste twee bouwlagen zijn voorzien van ronde transparante koppen waar de open ateliers van de praktijkgerichte sectoren zijn gehuisvest. Op de begane grond bevinden zich diverse shops, de aula, staffuncties en de ontmoetingshal met het centrale atrium.

De centrale hal van de school: het atrium.
De centrale hal van de school: het atrium.

In het ‘rechte’ deel van het gebouw bevinden zich hoofdzakelijk de instructielokalen. Het atrium fungeert als grote klimaatschacht in het hart van het gebouw. Kenmerkend voor het ontwerp zijn de compacte opzet, de contextrijke leeromgevingen, de flexibiliteit en vrije indeelbaarheid en de toepassing van duurzame materialen en energiezuinige concepten. Het gebouw voldoet aan frisse scholen niveau B. RoosRos architecten heeft tevens het interieurontwerp en het ontwerp voor het schoolterrein (i.s.m. Ars Virens) vervaardigd. Na een bouwtraject van een jaar werd in 2014 het nieuwe schoolgebouw van het Hoornbeeck College in Kampen opgeleverd.

 

Veel daglicht

“Het Hoornbeeck bestaat uit 6 locaties: Amersfoort, Apeldoorn, Goes, Gouda, Kampen en Rotterdam. Daarnaast zijn er nog dependances in Gorinchem, Hoevelaken, Kesteren en Rijsen. Als je binnenkomt sta je meteen in het atrium. Wat opvalt is dat er veel daglicht naar binnen valt: van alle kanten. Op de vloer de afbeeldingen van leerlingen die naar boven kijken: ieder in de eigen kleur van de sectoropleidingen: rood, blauw en geel. Diezelfde kleuren vind je ook weer terug op de drie etages”, aldus locatiemanager Henk Jan Bart. 

De "metro" plattegrond geeft de plaatsen aan waar de studenten vandaan komen.
De "metro" plattegrond geeft de plaatsen aan waar de studenten vandaan komen.

Op het Hoornbeeck zitten ongeveer 700 studenten. Bart: “Hiervan zijn er gemiddeld 200 op stage. De studenten komen uit heel noord Nederland: van Den Helder tot Nieuwenoord, van Oosterwolde tot Barneveld. Een mooi overzicht van die regio hangt in een van de vergaderzalen”. Een soort openbaar vervoer plattegrond, een kaart van de metro van Londen, maar dan met alle namen van plaatsen waar studenten vandaan komen. Naast de studenten werken er ook nog 60 docenten en 30 man/vrouw ondersteunend personeel.

 

Sport

Voor de sportlessen maakt men gebruik van de naastgelegen KHC sporthal. Voor de school is het efficiënter om de sporthal af te huren dan zelf een sportzaal te bouwen. Het is natuurlijk ook zeer gunstig gelegen: op loopafstand. “Wel is er een stille wens om tegenover de school een brug te plaatsen zodat  de loopafstand naar de sporthal verder beperkt kan worden. Voor KHC prachtig dat zij de hal aan ons willen verhuren op dagen/tijden dat zij er zelf geen gebruik van maken. Een duidelijke win-win situatie”, vertelt Bart.

De centrale hal met het gedeelte om te kunnen eten.
De centrale hal met het gedeelte om te kunnen eten.

Duurzaam

Het schoolgebouw is bijna energieneutraal. De school wordt verwarmd door zogenaamd warmte- en koudeopslag (WKO). Het is een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. Door een goed beheer van de warmte-koudeopslag wordt het maximale rendement uit de installatie gehaald. De verwarming wordt automatisch ingeschakeld: gaat het licht aan bij binnenkomst in een lokaal/bureau, dan gaat de verwarming ook aan. Er wordt nagenoeg geen gas gebruikt. Daarnaast liggen er nog 400 zonnepanelen op het dak. Hierdoor wordt zo’n schoolbreed 4 ton aan euro’s bespaard; daar kunnen bv. weer docenten voor worden aangetrokken.

 

Een bijzondere keuken

Erg bijzonder is het gebruik van de keukenlokaal. Volgens dhr. Bart wordt het wordt gedurende vier dagen in de week gebruik door de school zelf. Echter, dhr. Gerrit de Jong, voormalig kok van de Maarlenhof, mocht dit lokaal de overgebleven dag gebruiken voor zijn project: kooklessen geven aan 12 (alleenstaande) mannen. Deze cursus (inmiddels voor het tweede jaar) duurt 8 lessen. “Met deze cursus wil men deze mannen meer zelfredzaamheid meegeven door middel van kooklessen. Natuurlijk speelt ook de onderlinge ontmoeting een grote rol. De oudste deelnemer was 88 jaar. Ook de leerlingen vinden het prachtig!” aldus dhr. Bart. Een fantastisch initiatief. Neem voor informatie gerust contact op met de school.

Regionale samenwerking

In deze regio werkt het Hoornbeeck College voor de BBL-bouwopleidingen nauw samen met de Opleidingsvereniging Genemuiden (OVG). Het gaat om studenten die de opleidingen Timmerman en Metselaar (niveau 2) en Allround Timmerman/ Allround Metselaar (niveau 3) volgen. Ze gaan 1 dag naar school en voor het overige werken in de bouw. De “bouwjongens” hebben een leerarbeidsovereenkomst met een aannemer of met een Samenwerkingsverband. Het OVG borgt de kwaliteit van de opleiding en dat de aannemers voldoende aandacht besteden aan het opleiden van leerling-werknemers. Zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt kan de opleiding onder druk komen te staan: de mannen zijn immers op de bouw nodig. Ook zorgt het OVG ervoor dat de leerling door kan met zijn opleiding. Moet een leerling bv. een opdracht ‘funderen’ doen, dan kan het zijn dat dit net niet aan bod is op de bouw. In dat geval kan een leerling tijdelijk overgeplaatst worden, zodat betreffende opdracht wél gedaan kan worden.

 

Studenten van de opleiding Verzorgende-IG hebbende mogelijkheid hun opleiding af te ronden in een kansrijke opleidingsomgeving in woonzorgcentrum De Regenboog in Dronten. In Het Regenboog Gilde wordt samengewerkt met het Hoornbeeck College. Het hele 3de opleidingsjaar vindt plaats in woonzorgcentrum De Regenboog (zowel theorie als praktijk). De school heeft er een eigen leerhome. Een docent is veel aanwezig ter ondersteuning van de studenten en werkbegeleiders. De studenten worden begeleid door deskundige werkbegeleiders, waarvan ze het vak leren.

 

“Ook de wijkvereniging is welkom in de school”, besluit dhr. Bart. “De faciliteiten (zoals een zaal, beamer, koffie/thee) zijn aanwezig dus wij stellen die graag beschikbaar. Wij willen graag de verbinding maken met onze omgeving”.  


Binnenkijken: de nieuwe gemeentewerf

Gepubliceerd op maandag 6 december 2018 11:55 Tekst en foto's: Piet Bergstra

Sinds 2016 zit de gemeentewerf aan de Tasveld 19 in IJsselmuiden. Zij lieten de Werfweg (Loswal) achter zich. Bruno Karel en Piet Bergstra namen namens GBK daar een kijkje onder leiding van Henk Jan Bartelink. De verhuizing had destijds nogal wat voeten in aarde.

 

Een een-tweetje tussen overheid en particulieren (grondjeruil), een raad die niet geïnformeerd werd, bezwaren van omliggende bewoners en bedrijven richtten zich op de verwachte overlast door strooiwagens, toename van brandgevaar en bouwen tot de perceelgrens. Zelfs werd er een blokkade van de toegangspoort opgeworpen omdat de aannemer werkzaamheden, voor de benodigde aanpassingen van gebouwen en terrein, wilde starten terwijl tegen de verleende vergunning nog beroep mogelijk was. Al met al trad er een vertraging op van enkele maanden opgetreden.

 

 “Op het Tasveld zit de wijkpost Groen met ca. 10 medewerkers. Daarnaast is dit de thuisbasis voor team Civiele Werken bestaande uit medewerkers Reiniging en Weg en Waterbouw. In totaal ca. 35 medewerkers. Dit is zonder de uitzendkrachten. De perceeloppervlakte van de nieuwe gemeentewerf bedraagt zo’n 60% van het oude perceel. De nieuwe zoutloods heeft wel een grotere capaciteit. Er ligt 600 ton zout opgeslagen. Er is voldoende gelegenheid voor werkplaatsvoorzieningen en parkeerloodsen. Wel is het zo dat, mocht er nog eens worden uitgebreid, dit kan betekenen dat niet alle voertuigen meer onder dak kunnen” aldus de gastheer.

 

Het eigen vrachtwagenpark bestaat uit 12 vrachtwagens. Drie vrachtauto’s worden maar een paar maanden per jaar ingezet als strooiwagen. Deze vrachtwagens zijn al afgeschreven. Gedurende de vorstperiode worden de schorsing van de kentekens opgeheven en de wagens (weer) in de verzekering gezet. Daardoor is de gemeente efficiënter en goedkoper uit dan door dit uit te besteden. Andere gemeente en de provincie Overijssel doen dat wel.

Een van de grotere loodsen op het terrein wordt gedeeld met het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Daar liggen voornamelijk de materialen voor de jaarlijkse oefensluiting van de waterkering in Kampen. De Hoogwaterbrigade van het Waterschap Drents Overijsselse Delta traint regelmatig met het opbouwen en afbreken van deze mobiele waterkering. De waterkering is zo’n twee kilometer lang. Over een afstand van ruim anderhalve kilometer is de oude stadsmuur van Kampen geschikt gemaakt om vanaf 2003 het water als een stenen dijk buiten de poort te houden.

Niet alleen is het grondoppervlakte op de gemeentewerf kleiner, de situatie aan de Tasveld maakt wel dat rijtijden langer geworden zijn. Want aan het einde van de dag moeten de vuilniswagens legen bij Recycling Kampen.

 

“In Kampen mogen wij ons gelukkig prijzen met het feit dat wij de laagste tarieven hanteren voor wat betreft de afvalstoffenheffing”, aldus Henk Jan. En daar draagt de vervuiler zelf aan bij. “Ook behoren wij bij de top van Nederland voor wat betreft de afvalscheiding.  De afvalstoffenheffing is teruggegaan van € 283,00 in 2010 naar ongeveer € 195,00 vandaag de dag. Het mag dan wat extra moeite kosten om je afval te scheiden, maar als je het goed doet dan bespaar je geld en bescherm je het milieu. Een win-win situatie dus”, besluit hij.


Natuurinclusief bouwen

Gepubliceerd op zondag 25 november 2018 12:01 Tekst en foto's: Piet Bergstra

In samenwerking met de provincie Overijssel is Het Oversticht bezig met een project om natuurinclusief bouwen gemeengoed te maken. Natuurinclusief bouwen is het mee ontwerpen van leefruimte voor flora en fauna in nieuwbouwprojecten. De gemeenten Kampen en Hardenberg zijn in deze fase pilotgemeenten. In het kader van dit project werd voor gemeenteambtenaren, raadsleden en wethouders van deze twee gemeenten maar ook voor andere geïnteresseerden en belanghebbenden zoals natuurclubs en wethouders en ambtenaren van de gemeenten Deventer en Olst-Wijhe een excursie georganiseerd. 

 

De eerste activiteit was een bezoek aan de aardehuizen in Olst. Misschien heb ze wel eens zien liggen als je met de trein van Zwolle naar Deventer rijdt. Deze huizen zijn geïnspireerd op Earthships van architect Michael Reynolds. De eerste earthships dateren van veertig jaar geleden en na uitvoerig te zijn getest werden ze in gebruik. Afval - waar mogelijk - en lokale bouwmaterialen - zo veel mogelijk - zijn bepalend in de bouw. Een earthship is ontworpen om zelfvoorzienend te zijn. In Olst bestaat deze woonwijk uit 23 woningen en een gemeenschapshuis. Geen woning is hetzelfde. Architect Michel Post van Orio Architecten paste de uitgangspunten aan, aan de Nederlandse situatie (neerslag, jaartemperatuur en ondergrond). De ingang geeft al een goed beeld van de wijk: allemaal verschillende brievenbussen.

 

De entree van de wijk met haar keur aan brievenbussen.
De entree van de wijk met haar keur aan brievenbussen.

Autobanden en strobalen

De bouw van de wijk werd vormgegeven als een collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Niet alleen werd als Vereniging Aardehuis Oost-Nederland de grond gezamenlijk gekocht, ook de architect en de bouwbegeleiding werden zelf geselecteerd. De leveranciers werden uitgezocht en ook over de terreininrichting namen ze zelf de besluiten. Er was dus in dit geval geen aparte projectontwikkelaar nodig. Alle deelnemers werkten minimaal 1 dag in de week aan het project. Daarnaast werkten er veel vrijwilligers aan mee, uit binnen- en buitenland. De huizen werden gebouwd tussen 2011 en 2016.

 

12 woningen hebben een noordmuur van autobanden - gevuld met aangestampte aarde - die het dak mede ondersteunt. In de 11 overige woningen is dit vervangen door strobalen - het dak leunt daar op een houtskelet. Het dak heeft een hellingsgraad van 9° om de zon optimaal te vangen: in de winter tot achterin het huis, in de zomer geen of weinig zon in het huis. Uitgangspunten bij de bouw van de huizen waren:

  • waar mogelijk (her)gebruik van lokaal aanwezige restmaterialen, grondstoffen en natuurlijke processen en diensten;
  • waar mogelijk zelfvoorzienend in energie, watervoorziening en -zuivering;
  • onderlinge solidariteit (draagt bij aan een grotere veerkracht);
  • delen van voorzieningen en spullen;
  • onderling respect en geweldloze communicatie;
  • sociocratie als besluitvormingsmodel;
  • de ervaringen en kennis die werd opgedaan over bouwen en wonen actief delen.

Sociocratie is een besluitvormingsmethode waarbij gelijkwaardigheid en effectiviteit zijn gewaarborgd. Besluiten werden dus genomen als iedereen het er mee eens was.

Bollen en autovrij

Bij sommige huizen zie je een soort bol. De bewoners van deze huizen wilden een tweede verdieping. Maar de constructie liet de bouw van een tweede verdieping niet toe. Daarom werd gekozen voor deze, veel lichtere, vorm. De architect koos voor een ronde vorm zodat de wind er geen vat op kan krijgen. Het is bedekt met een soort vijverfolie. Sommigen zijn voorzien van een lint van oude fietsbanden. De bedoeling daarvan is dat daar planten langs kunnen groeien. De bouw van de woningen is afgerond. Voor de aanleg van overige voorzieningen blijven de uitgangspunten overeind, net als voor het samen bewonen en beheren van de wijk in de komende jaren.

 

De wijk is gesloten voor autoverkeer. Door de natuurpaden is de wijk - na langdurige regen - niet altijd goed toegankelijk voor mindervaliden. In het gebied ten noorden van de wijk heeft de gemeente Olst-Wijhe in 2015 een natuurspeelterrein aangelegd. Tussen gevarieerde aanplant is er een waterspeelplaats, klim- en klauterbomen en een trapveldje. Tuinontwerpster Anneke Rodenburg van Tuin en Vlinder vroeg kinderen uit de buurt mee te denken over de inrichting. De tuinen in de wijk hebben geen schuttingen als afscheiding. Het geeft een natuurlijk verloop weer. Wij waren er natuurlijk in de winter: in het voorjaar en zomer zal die een mooi gezicht zijn met veel bloeiende planten.

 

“Wijkcentrum”

Het Middenhuis is het veelhoekige strobalenhuis in het midden van de aardehuiswijk en werd gebouwd in 2015. Het heeft de functie van een soort wijkcentrum. Behalve een gezellige grote hoofdruimte met keuken en een kleinere ruimte is er een klusruimte, techniekruimte met de pompinstallatie en een speelruimte. Het Middenhuis biedt ruimte aan groepen van maximaal 40 mensen. Het is bedoeld voor vieren, ontmoeten, leren en samenzijn voor en door de aardehuisbewoners. De bewoners willen die ruimte graag delen met mensen en groepen die de missie "bouwen, werken, wonen en leven in harmonie met de natuur, in verbondenheid met elkaar en ter inspiratie van de wereld" een warm hart toedragen. En als je als bewoner te klein behuisd bent om je verjaardag te vieren, ook dan kun in het Middenhuis terecht.

"Wijkcentrum" het Middenhuis.
"Wijkcentrum" het Middenhuis.

Dit voorbeeld in Olst is wel een hogeschool vorm van natuurinclusief bouwen. Natuur moet een onderdeel worden van de bouw. Dat vinden bedrijven, provincie en maatschappelijke organisaties in Overijssel. Ook GBK is hier voorstander van. Er bestaan al veel praktische toepassingen voor natuurinclusief bouwen. Zo kunnen bij nieuwbouw direct nestplaatsen voor vogels en vleermuizen worden ingebouwd. Maar ook bij bestaande bebouwing zijn er allerlei toepassingen om meer planten en dieren aan te trekken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van zogenaamde geveltuintjes. Niet alleen de bouw zelf maar ook in de directe leefomgeving. Deventer heeft met haar nieuwe groenbeleid daarin een grote stap gemaakt. Daarover in een ander artikel meer.


Verbod op ballonoplatingen

Gepubliceerd op donderdag 1 november 2018 16:48 Tekst: Stichting Noordzee/Piet Bergstra. Foto: Martijn van Tol

De Nederlandse regering heeft in 2014 een motie van de Partij van de Dieren aangenomen, voor toepassing van ontmoedigingsbeleid van het oplaten van ballonnen in Nederland. De verantwoordelijkheid hiervoor werd bij de gemeenten neergelegd. Volgens onderzoek van Stichting De Noordzee heeft, tot nu toe, 76% van gemeente geen enkele vermelding van beleid op ballonoplatingen. Ook Kampen niet: het oplaten van heliumballonnen staat nog steeds vermeld in de aanvraag evenementenvergunning. Jammer en een gemiste kans. Daarom heeft GBK het college gevraagd om dit in Kampen ook te verbieden.

 

Naar schatting worden er 1 miljoen ballonnen per jaar opgelaten in Nederland. Tijdens een strandwandeling kom je regelmatig ballonnen en sierlinten tegen. Gemiddeld worden er 12 ballonnen per 100 meter strand gevonden. Er belanden rond de 230.000 ballonnen per jaar op de Noordzee. De rest op land. Veel worden opgelaten tijdens Koningsdag. Als je het goed bekijkt, is het oplaten van ballonnen vergelijkbaar met dumpen van afval. Wat de lucht in gaat, komt uiteindelijk ook weer ergens naar beneden. Het brengt aantoonbaar schade toe aan de omgeving en het is onnodig. (Zee)zoogdieren, vogels en vissen zien de ballonnen en linten aan voor voedsel en raken verstrikt. Ze sterven een verschrikkelijke dood. Ballonnen horen bij een feestje, maar niet in de lucht. 

Dode Jan van Gent. Gevonden op Texel. Foto: Martijn van Tol
Dode Jan van Gent. Gevonden op Texel. Foto: Martijn van Tol

Het risico van dierenleed of sterfte door ballonnen is misschien het beste af te wegen tegen het nut en de noodzaak. Zo zijn latex weerballonnen onvermijdelijk voor het maken van betrouwbare weersvoorspellingen en daarmee soms van levensbelang voor mensen. Maar de kortdurende aanblik van een massa feestballonnen die in de lucht verdwijnt? Die kun je ook overal gezellig ophangen, er heel lang van genieten en na afloop weer opruimen!

 

Afbreekbare ballonnen zijn ook geen oplossing. Dieren kunnen ballonresten voor voedsel aanzien en het opeten waardoor soms de maag en darm verstoppen en ze sterven van de honger. Latex rubber, ook al is dat van natuurlijke oorsprong, breekt niet snel genoeg af om het eten ervan door zeedieren en mogelijke schade in hun maag en darmsysteem te voorkomen.  

Alleen met helium gevulde ballonnen stijgen op. Helium is lichter dan lucht, maar de voorraad helium op aarde is beperkt. De voormalige Nobelprijswinnaar en natuurkundige Robert Richardson voorspelt dat bij het huidige hoge gebruik van helium en wereldvoorraad over een jaar of 25 op is. Zinvolle toepassingen in ziekenhuizen bij het gebruikt bij b.v. MRI-scans komen dan in gevaar.

 

Daarom wil GBK dat dit verboden wordt. Niet ontmoedigen (actief of passief). Daar kun je niets mee en is een zwaktebod. Gewoon verbieden. Dat is veel duidelijker. Er zijn voldoende, milieuvriendelijke, alternatieven zoals: ballonfiguren, een lasershow, lampionnen, fluitjes, iets planten, kaarsjes, vliegers etc. Het gaat er ons uiteraard niet om, om afbreuk te doen aan feestelijke gelegenheden. De uitdaging is om alternatieven te verzinnen die net zo feestelijk zijn, zonder dat daarbij schade voor de natuur kan ontstaan. De natuur zal in ieder geval blij zijn met zo'n verbod. Namens het college gaf burgemeester Koelewijn aan die voorstel van harte te onderschrijven.


Supergewone Mensen Gezocht

Gepubliceerd op donderdag 25 oktober 2018 16:48 door Piet Bergstra. Tekst: Pleegzorg.

In 2014 woonden 21.880 kinderen in Nederland voor korte of langere tijd bij pleegouders. In de afgelopen tien jaar is de vraag naar pleegzorg met bijna 70 procent gestegen. Die forse groei kan Pleegzorg Nederland niet met de huidige pleegouders opvangen. Met de wervingscampagne ‘Supergewone Mensen Gezocht’,  hoopt Pleegzorg Nederland 3.500 nieuwe pleeggezinnen te werven. Els Rienstra, bestuurslid en portefeuillehouder Pleegzorg van Jeugdzorg Nederland: ‘We gunnen het elk kind om in een gezin op te groeien.’

 

De forse stijging in de vraag naar pleeggezinnen heeft verschillende oorzaken. Rienstra: ‘Een pleeggezin komt het meest in de buurt van de natuurlijke woonsituatie van een kind.’ Kinderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen, kunnen dus beter in een gezin opgroeien dan in een instelling. In de nieuwe Jeugdwet is dat ook vastgelegd. Rienstra: ‘We zijn daarom de jeugdhulp anders gaan organiseren, waardoor kinderen minder in groepen worden geplaatst en vaker in pleegzorg of andere kleinschalige gezinsvormen. Hierdoor is het aantal kinderen die behoefte hebben aan pleegzorg fors toegenomen en stijgt de vraag naar pleeggezinnen.’

 

Als een kind uit huis wordt geplaatst, wordt er altijd eerst binnen het netwerk van het gezin gekeken of opvang mogelijk is. Bijvoorbeeld bij familie, of mensen van de school of sportclub. Lukt dat niet, dan biedt een pleeggezin de oplossing. Vaak gaat het dan om een voltijd plaatsing, maar soms ook deeltijdzorg – bijvoorbeeld in de weekenden of de vakanties. Ook zijn er pleegouders die alleen crisispleegzorg doen: tot er een definitieve oplossing wordt gevonden, bieden ze – soms voor een paar dagen, soms voor een aantal maanden – acute hulp aan kinderen.

 

Supergewone Mensen Gezocht

Er zijn zeker 3.500 nieuwe pleegouders nodig om de forse groei in vraag naar pleegzorg op te vangen. Rienstra: ‘Veel mensen denken dat ze niet geschikt zijn als pleegouder, omdat ze bijvoorbeeld een drukke baan hebben, homoseksueel zijn, alleenstaand zijn, te veel of te weinig verdienen. Maar dat is onzin. Pleegouders hoeven ook geen superhelden te zijn; het zijn juist hele gewone mensen. Die door heel gewoon te doen, iets supers kunnen betekenen voor een pleegkind.’Centraal in de nieuwe wervingscampagne staat de SuperGewoneMensenGezocht.nl.

 

Daar staan 20 verhalen over pleegzorg verteld door voormalig (inmiddels) volwassen pleegkinderen, (pleeg)ouders en experts. Zoals het verhaal van Marlou, die vanaf haar 30ste pleegmoeder was voor een 16-jarige jongen. Om de week was hij een weekend bij Marlou. En die weekenden waren eigenlijk verrassend normaal. Marlou: ‘Je hoeft echt niet elke week naar Duinrell, gewoon samen boodschappen doen is al genoeg.’ 

Pleegzorg Nederland werkt samen 

Pleegzorg Nederland zet zich in voor kinderen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen en is een onderdeel van de brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland. De campagne is ontwikkeld door campagnebureau Johnny Wonder en wordt financieel mogelijk gemaakt door hoofdsponsor Stichting Kinderpostzegels en een subsidie van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Kinderpostzegels zet zich in voor pleegzorg en wenst ieder kind toe dat het kan opgroeien in een veilige gezinssituatie. Voor meer informatie kijk op: https://pleegzorg.nl/


Wateroverlast in Kampen: hoe nu verder?

Gepubliceerd op maandag 22 oktober 2018 21:26 Tekst: Piet Bergstra Foto's: bewoners

Er kwamen op 9 augustus 28 meldingen van wateroverlast binnen. Vanuit de gehele stad en via diverse kanalen: via het meldpunt, Whatsapp, e-mail of via de politiek. Alle meldingen zijn inmiddels geanalyseerd door de gemeente. Er is contact geweest met de melders. Er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen de meldingen die op het particuliere terrein liggen en meldingen op het openbare terrein.

 

Voor wat betreft het particuliere terrein: daar kan en mag de gemeente niets aan doen. Dat is iets voor de eigenaar van het pand. Van de 29 meldingen zijn er inmiddels 7 opgelost. Naar acht wordt een onderzoek ingesteld hoe die problemen het beste kunnen worden aangepakt. Soms is het plaatsen van een  ontluchtingsdeksel al voldoende. Natuurlijk wil de gemeente zoveel mogelijk meeliften op nieuwe bestratingen. Als het geen uitstel kan dulden wordt er eerder ingegrepen en met andere (tijdelijke) maatregelen opgelost. Twee meldingen die nog niet bekend waren bij de gemeente zijn door Bergstra alsnog aangemeld.

De overgebleven meldingen zijn zogenaamde WOS-meldingen. Dat staat voor Water Op Straat. De gemeente Kampen heeft wateroverlast voor dit soort meldingen als volgt gedefinieerd: water dat langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (en met name fietsers). Daar was in deze gevallen geen sprake van: het water was binnen deze tijd al weer van de straat. Dus hier hoefde de gemeente ook geen verdere actie op te ondernemen.

 

Geld is gelukkig ook geen probleem: deze uitgaven staan al in de boeken vermeld. Mocht er in een jaar onvoldoende financiële middelen zijn dan biedt een fonds nog uitkomsten. GBK is zeer tevreden hoe de gemeente dit heeft aangepakt. Wij hopen dat dit soort meldingen straks tot het verleden zullen behoren. Wij hebben voorgesteld om in dit soort gevallen 1 meldpunt in te stellen: gemakkelijk voor de bewoners en voor de ambtenaren.

Voor het einde van 2019 moet de Stresstest Wateroverlast zijn uitgevoerd door de gemeente. Deze Stresstest wordt uitgevoerd met 7 gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen. Daarmee wordt inzicht verkregen in de kwetsbaarheid van de omgeving voor wateroverlast door extreme regenval. Op basis daarvan worden dan keuzes gemaakt over het nemen van maatregelen om de gevolgen van hoosbuien en/of langdurige regenval die in de nabije toekomst door de klimaatverandering vaker zullen voorkomen, te beperken. GBK zal zorgen dat dit onderwerp op de termijnagenda geplaatst gaat worden zodat maandelijks de stand van zaken/voortgang besproken kan worden.


Wateroverlast in Kampen

Gepubliceerd op woensdag 10 oktober 2018 20:24 door Piet Bergstra (tekst)

"Naar aanleiding van de wateroverlast van begin augustus werd GBK via de Facebookpagina benaderd door inwoners. Inwoners die het zat waren om (voor de tweede keer dat jaar) na een fikse stortbui als de wiedeweerga naar buiten te moeten om putdeksels te liften, putafsluiters te verwijderen om zo het water, dat bleef staan, weg te laten lopen. Daarmee voorkwamen ze dat het water sommige huizen binnenliep. Maar je zult de benedenverdieping wél onder water hebben staan. Of de inhoud van het riool in je badkamer. Daar word je niet vrolijk van. Dit probleem geldt overigens niet alleen bewoners, maar ook voor sommige ondernemers.

 

Alle gemeenten in Nederland moeten de komende twee jaar een stresstest doen om knelpunten op het gebied van onder meer wateroverlast in kaart te brengen. Als we dit filmpje hebben gezien denken we dat Kampen is gezakt voor deze test. Uit nieuwe wetenschappelijke inzichten blijkt dat de hoeveelheid regen in piekbuien mogelijk sneller toeneemt dan tot nu toe is aangenomen. Reden temeer om zo snel mogelijk in actie te komen. Laten we daarom beginnen bij de huizen/bedrijven die daadwerkelijk last hebben gehad van waterschade. Die dus het water binnen hadden staan. Het zal immers jou huis maar zijn die blank staat of stinkt naar de inhoud van het riool.

 

We moeten zoeken naar een snelle oplossing. Wij denken daarbij in eerste instantie niet aan het vervangen van riolering. De gemeente heeft immers niet alle riolering in kaart gebracht. Bovendien kost dit teveel tijd. Wij denken meer aan een praktische, eenvoudige, snellere oplossing: graaf een gat, leg een drempel, plaats een extra afvoerpijp naar een sloot of vijver in de buurt etc.

Even een verduidelijking voor het gat. Graaf een gat in het diepste punt van de straat. En dan bedoelen wij echt een heel groot gat. Stort dat gat vol puin, dek het af met grind en vervolgens met zand. Een soort bezinkput. Sluit er 1 of 2 afvoerpijpen op aan. Op deze manier heeft het eerste regenwater de mogelijkheid om snel weg te lopen en wordt het riool zo ontlast.

 

Ja, maar … er liggen leidingen in de straat en een riool, zal er worden gezegd. Ja, dat weten wij ook.  Daarom is ons advies: heel voorzichtig graven. Heeft iemand een andere of betere oplossing? Heel graag. Laat het weten. Denk vooral mee. Maar laten we zo snel mogelijk de handen uit de mouwen steken en beginnen. Ook geld kan of mag het probleem niet zijn. Dat was het ook niet bij het achterstallig onderhoud van de stadsbrug of bij de aankoop van ruim 13 hectare grond in de Zuiderzeehaven.

 

We roepen ook de andere politieke partijen op: denk mee om hier zo snel mogelijk een einde aan te maken. Tegen het gemeentelijk apparaat willen we zeggen: Denk in oplossingen en niet in problemen.

 

Tegen het college wil de fractie van GBK zeggen: in het coalitieprogramma staat ”We willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn”. Dan is dit uw kans. Pak op die handschoen! Help de mensen/ondernemers die het betreffen. Wij willen voorstellen om dit probleem op de agenda van de commissievergadering van november te zetten en hier dan verder over te praten". 

Wil je een groter beeldformaat? Klik dan hier.


De stadsarcheoloog van Kampen

Gepubliceerd op vrijdag 3 augustus 2018 17:24 door Piet Bergstra (tekst en foto's)

Misschien hebben jullie er wel eens van gehoord: de stadsarcheoloog. Maar wie is dat, waar zit hij en wat doet hij? Dat vroegen wij ons ook af dus bracht ik hem een bezoek om antwoord te krijgen op deze en andere vragen.

 

De stadsarcheoloog van Kampen is Alexander Jager. Sinds 2000 werkt hij bij de gemeente Kampen maar hij is al 32 jaar actief in de archeologie. Zijn bureau is gevestigd achterin de Stadskazerne, vanwaar hij uitzicht heeft op de Buiten Nieuwstraat.  Dat mag wat kosten. Maar dan heb je ook wat. Want een verhuizing van de Molenstraat naar dit (moderne) onderkomen was een zeer grote maar ook nodige stap. Het binnenklimaat wordt hier geregeld. Goed voor alle kostbare stukken. Leuke bijkomstigheid: bij deze buitentemperaturen is het binnen lekker vertoeven. 

De stadsarcheoloog Alexander Jager
De stadsarcheoloog Alexander Jager

Alexander staat mij al op te wachten in de centrale hal. Na een korte kennismaking lopen we via een lange glazen gang richting zijn werkruimte. Het is er behoorlijk aan de temperatuur in deze gang met al dat glas (en koud in de winter aldus Alexander). Als we de gang eenmaal verlaten hebben en het werkdomein van Jager binnengaan, daalt de binnentemperatuur aangenaam.

 

Alexander vertelt over zijn taken binnen de gemeente: “Mijn taak is drieledig: ik ben verantwoordelijk voor het depot. Daarnaast doe ik in voorkomend geval onderzoek aan gevonden objecten. Zelf opgraven doen wij niet. Dat doet Zwolle, daar hebben wij een samenwerking mee. Wijzelf hebben daarvoor geen licentie. Tenslotte adviseer ik het college van b&w op het gebied van archeologie. Ik ben als coördinator van het gemeentelijk archeologisch beleid, ook contactpersoon en vertegenwoordiger van het bevoegd gezag op het gebied van archeologische monumentenzorg. Bij dat laatste hoort bijvoorbeeld ook het adviseren van vergunningaanvragen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling”. 

De werkruimten zijn groot en overzichtelijk. Maar de bureaus geven een indruk dat er nog erg veel werk ligt te wachten. “Dat klopt. We zijn op dit moment bezig om alles te digitaliseren zodat dit alles ook gedeeld kan worden. Het resultaat van tweehonderd onderzoeken moet worden ingevoerd: van een grote potscherf tot de kleinste metalen gesp. Dat digitaliseren kost enorm veel tijd. Een voorwerp moet eerst worden ingevoerd in een computersysteem waarbij het uitgebreid omschreven  wordt. Daarnaast moet het worden gefotografeerd, verpakt en opgeslagen“, aldus de archeoloog. Het doel ervan is het duurzame behoud van informatie van (opgegraven) archeologische vindplaatsen voor toekomstig onderzoek en ‘beleving’ van het cultureel erfgoed voor het publiek en wetenschappers. “Het mooiste zou zijn om de vele voorwerpen die we hebben in de toekomst tentoon te kunnen stellen aan het publiek”

 

Daarnaast bestaat er een archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Kampen. Deze kaart geeft nauwkeurig weer wat de ‘verwachte dichtheid aan archeologische resten’ is. Ook deze kaart moet ook weer worden bijgewerkt. Want er is ondertussen alweer het een en het ander gebeurd in (de grond van) Kampen. Kortom, Alexander hoeft zich nog niet te vervelen.

Alle voorwerpen worden beschreven en gefotografeerd.
Alle voorwerpen worden beschreven en gefotografeerd.

Maar dat geldt ook voor Pauline Kaan. Zij is de depotbeheerder (vandaag niet aanwezig) en houdt zich bezig met het fotograferen en digitaliseren van de voorwerpen. Naast het depot van archeologische vondsten is ook het gemeentelijk archief en het stedelijk depot hier ondergebracht. Bij het digitaliseren van de inventaris is men begonnen met de oudste voorwerpen. Inmiddels is men aan het werk met de resultaten van opgravingen uit 1950. Zo’n 5% staat in het systeem. Elke scherf is van groot wetenschappelijk belang maar niet elk voorwerp zal worden gepubliceerd. Van (oorsprong) een aantal dezelfde scherven worden allemaal gedocumenteerd maar alleen de besten gepubliceerd. Ook is er nog een stagiair werkzaam. Hij houdt zich bezig met het digitaliseren van de rapporten.

Er is een samenwerking op het gebied van de archeologie tussen Kampen en Zwolle. Het doel van deze samenwerking is om de archeologische opgravingsexpertise van de gemeente Zwolle ook in te kunnen zetten in de gemeente Kampen. Daarbij wordt ook bijgedragen aan het vergroten van het inzicht in de regionale archeologische informatie en in de samenhangende bewoningsgeschiedenis van dit gebied.

 

Eén van de grote toekomstige uitdagingen voor de archeologische vakwereld is het betrekken van geïnteresseerd publiek bij opgravingen, documentatie en collectiewerk. Archeologische opgravingen kunnen rekenen op draagvlak bij het grote publiek. Vrijwilligers moeten mogelijkheden hebben om te helpen bij opgravingen en depotwerk. Hiervoor heeft de gemeente, in samenwerking met de vereniging Jan van Arkel, een werkgroep opgezet.

 

Een bezoek aan het depot levert een mooi overzicht op van wat er zoals is opgegraven in de loop der jaren. Grote ladekasten en stellingen komen uit het oude stadsarchief. “Dat vind ik geen enkel probleem. De ladekasten zijn zelfs brandbestendig. Wij kunnen ze prima gebruiken voor het opbergen van het kleinere spul”. De rondleiding geeft een duidelijk beeld van wat er in de afgelopen jaren is opgegraven. 

Door de wijziging van de Monumentenwet 1988 op 1 september 2007 met de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) zijn gemeenten zélf verantwoordelijk voor het archeologisch erfgoed binnen hun gemeentegrenzen. Archeologie is door het van kracht worden van de nieuwe wet een verplicht onderdeel van het ruimtelijk besluitvormingsproces geworden. We hebben nu zelfs een wethouder Archeologie.

 

Gemeenten hebben daardoor de belangrijke taak om het archeologisch belang af te wegen tegen alle andere belangen die een rol spelen in dit proces. Zij moeten rekening houden met mogelijke archeologische waarden bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan of bij aanpassing/actualisering van een bestaand bestemmingsplan. Zij heeft de mogelijkheid om bij het afgeven van bouw-, aanleg- en sloopvergunningen archeologisch onderzoek te eisen. 

 

Om het archeologiebeleid uit te kunnen voeren op het door de wet verlangde niveau moet de  gemeente zich verzekeren van gekwalificeerde archeologische kennis, van continuïteit van kennis en inzet. Met een archeoloog en een depotbeheerder heeft de gemeente dit in huis.


Toch weer bloemborders in ons Stadspark

Gepubliceerd op vrijdag 20 juli 2018 21:13. Door Hans de Wilde (personeelsblad De Blikopener, gemeente Kampen)

Met de Hanzedagen vorig jaar zijn er toch weer bloemborders aangelegd. Dit zou enkel voor de Hanzedagen zijn en daarna zouden de stukken weer ingezaaid worden met gras. Juist door het beeld wat tijdens de Hanzedagen te zien was werd de roep om nieuwe borders weer dringender.

 

Eerst even een stukje historie van het park, in de volksmond het Kamper Plantsoen genaamd.

Dit park is aangelegd in de Engelse Landschapsstijl. Omstreeks 1830 werd een begin gemaakt met de aanleg. Dit gebied lag toen nog buiten de toenmalige stadswal.

Het ontwerp is van de hand van de stadsarchitect Nicolaas Plomp en al in 1863 is er een herontwerp gemaakt door de landschapsarchitecten Jan David Zocher en Louis Paul Zocher.

In 1915 is er opnieuw een herziening geweest onder leiding van Leonard Springer, door nieuwbouw van zowel een school en het ziekenhuis was het oorspronkelijke ontwerp aangetast.

 

Met name het stuk tussen Cellesbroederpoort en Broederpoort is een mooi voorbeeld van een oud park en staat op de Monumentenlijst. Het opvallendste in dit gedeelte is de grote verscheidenheid van grote oude bomen zoals kapitale populieren, essen en kastanjes. Ook beuken en een oude Japanse notenboom -gingo-  bij de Broederpoort.

Stadskwekerij

In dit gedeelte van het Stadspark hebben heel lang een aantal bloemborders met éénjarige planten een plek gehad. Door een verscheidenheid aan kleur, vorm en hoogte een zeer gewaardeerde aanvulling van het park. Heel lang werden deze planten in eigen beheer op de stadskwekerij gestekt, gezaaid en opgekweekt. Bij de crisis in de `80-er jaren werden deze bloemborders nog overeind gehouden. Pas toen er door de politiek in 2013/2014  een definitieve keuze werd gemaakt voor de  ‘basis’-onderhoudsnorm in alle wijken, inclusief het Plantsoen, kwamen ook deze borders te vervallen.  

Kleur

Vooral een aantal inwoners heeft zich de afgelopen jaren hard gemaakt om toch weer kleur in het Stadspark terug te krijgen. Helaas was er geen ruimte binnen het huidige budget om deze borders opnieuw weer te gaan aanleggen. Bij de eenheid Ruimtelijke Ontwikkeling was er een subsidie voorhanden om in een gedeelte van het Plantsoen iets te creëren. Daarbij werd gedacht aan de verdwenen bloemborders. Tekeningen werden gemaakt en besproken. De keus viel op de twee gedeelten tussen de beide poorten op de plaats van de voormalige éénjarigen-borders. Deze zogenaamde wisselperken (zomer éénjarigen - najaar/voorjaar violen en bloembollen)  zijn door deze wisselingen erg arbeidsintensief. 

 

Om toch een stukje bloei terug te kunnen krijgen, is er uiteindelijk gekozen voor vaste planten borders. De aanleg en aankoop van deze planten is uit de subsidie betaald. Het onderhoud wordt de komende jaren door de wijkploeg van team Groen van de Korteweg gedaan.