Bloemen voor Bijen: de trein rijdt!

Gepubliceerd op donderdag 31 oktober 2019  Foto's: Gemeente, Pixabay, Piet Bergstra

Sinds het voorjaar van 2018 is ons raadslid van GBK, Piet Bergstra, bezig met het initiatiefvoorstel Bloemen voor Bijen. De bedoeling van dat project is om te zorgen voor meer bloeiende bermen zodat de populatie van wilde bijen zich gaan herstellen. Bijen spelen en enorme belangrijke rol. Het Earthwatch Institute concludeerde in het laatste debat van de Royal Geographical Society of London zelfs dat bijen het belangrijkste levende wezen op aarde zijn.

 

Nadat Bergstra zijn plannen, vorig jaar april uit de doeken deed bij wethouder Van der Sloot, werd door haar onmiddellijk een bedrag uit het collegebudget toegezegd. Het plan maakt immers deel uit van het coalitieprogramma. Met dat geld worden nu een aantal proefstroken aangelegd: langs de Europa Allee en aan het begin van de Esdoornhof. Voedselrijke grond wordt afgegraven en arme grond ingebracht. Dan zullen er wilde bloemenmengsel worden ingezaaid. Benieuwd wat dit komend voorjaar gaat opleveren.

 

Een bedrijf aan de Constructieweg zal een deel van de berm doorzaaien met een kruidenmengsel. Er wordt gekeken om ecobermen in bedrijvenpark Rijksweg 50, samen met de ondernemers, te realiseren zodat er meer biodiversiteit ontstaat rondom dit park. Het project valt samen met het plan van een verbeterde biodiversiteit. Ook de heemtuin maakt daar deel van uit. Ook die tuin is men bezig opnieuw in te richten. Er is inmiddels een werkgroep Biodiversiteit bezig die deze projecten gaat ‘begeleiden’. 

 

“Het gaat langzaam maar wel de goede kant op. Er is een veranderende denkwijze over bermbeheer merkbaar binnen de gemeente. Men wordt steeds enthousiaster. Dat is prachtig om te zien. Het is een project van de lange adem en zal wat jaren kosten. Elk jaar wat kleine stappen nemen en meer mensen bedrijven erbij betrekken. Het doel van het initiatiefvoorstel is om een extra bedrag beschikbaar te krijgen o.a. voor aanschaf lesmateriaal, voorlichting, communicatie, aanpassen maaibeleid etc. Er moet nog veel gebeuren maar de trein rijdt”, aldus Piet Bergstra.


Foto's boerenprotest

Gepubliceerd op maandag 14 oktober 2019 16.56 Foto's: Herman Bres

 


Update wateroverlast

Gepubliceerd op donderdag 19 september 2019 15:09 Tekst: Piet Bergstra. Foto's: Diverse melders

We maken ons als partij altijd sterk voor een goede communicatie tussen gemeente en inwoner. Door duidelijk te communiceren kun je vaak heel veel problemen wegnemen, creëer je begrip of krijg je respect. Als wij bepaalde problemen bij de gemeente aankaarten, al dan niet door inwoners gemeld, dan vinden wij het heel belangrijk om de resultaten ervan terug te koppelen naar die melders. Dan weten zij dat aan hun probleem wordt gewerkt of dat er iets mee gedaan wordt. Bij deze. 

Een goed voorbeeld is de wateroverlast van vorig jaar. Piet Bergstra: “In 2018 heb ik, namens GBK, aandacht gevraagd voor de wateroverlast tijdens een Informatieavond. Na een fikse regenbui op donderdag 8 augustus 2018 was er op veel plaatsen in Kampen sprake van wateroverlast. We richtten een meldpunt in via onze Facebook account. Van alle meldingen werd door mij een dossier aangemaakt en aangeboden aan de gemeente. Dit is dus alweer meer dan een jaar geleden. Het werd toen door een verantwoordelijke ambtenaar voortvarend opgepakt”. 

Maar Piet wilde weten wat de huidige stand zaken is, ruim een jaar later. Daarom zocht hij weer contact met de gemeente Kampen. Verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Kampen: “Voor het oplossen van drie locatie inclusief de omgeving is geld beschikbaar gesteld. Het gaat daarbij om de Groenestraat en omgeving (Bongerd en Meeuwenplein); de Wielstraat en omgeving (Gildestraat en Stoomstraat) en de Schreiershoek en omgeving. Voor wateroverlast (water op straat en erger) wordt dit jaar een 'stresstest wateroverlast' uitgevoerd voor alle kernen. Daarmee wordt de kwetsbaarheid van de leefomgeving in beeld worden gebracht. Deze stresstest wordt uitgevoerd met 7 gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen”. 

 

Bij 'water op straat' gaat het om water dat langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (en met name fietsers). Dus loopt het water binnen 4 uur weg dan is dat hinderlijk maar meer ook niet. Piet vroeg ook wat er zoal in 2019 is of zal worden uitgevoerd. Onderstaand overzicht geeft de actuele stand van zaken weer.

1e , 2e en 3e Ebbingestraat, de Schokkerstraat, omgeving parkeergarage Buitenhaven en Dijkgraafstraat  


Buiten Nieuwstraat 

 

 

 

 

 

 

 


Noordweg

 

 

 


Sint Jorisstraat

 

 

 


Pannekoekendijk

 


Groenestraat

 

 


Wielstraat

Is uitgevoerd

 

 

 


Is in uitvoering. Ontwerp van regenwaterriolering en bodemonderzoek zijn gereed, terwijl er nu aan de inrichting van de straat wordt gewerkt. Het bodemonderzoek naar PFOS loopt. (PFOS is een stof die al sinds de jaren zeventig in de industrie wordt gebruikt. Het wordt gezien als ‘zeer zorgwekkende stof’, al zijn de schadelijke effecten ervan nog onduidelijk). 

 


Is aanbesteed en zal binnenkort worden aangepakt, voorbereidende werkzaamheden zijn al gestart. De Noordweg ligt op de ontwerptafel waarbij een combinatie wordt gelegd met het herbestraten.


De aanpak van Sint Jorisstraat (in het kader van het wegenprogramma) zal worden gecombineerd met die van wateroverlast van de Schreiershoek en het verlengde ervan.


Hier is nog geen overeenstemming met de bewoners over de straatinrichting. 


De Groenestraat wordt tegelijk met Bongerd, Meeuwenplein en kruising Ebbingestraat/Flevoweg heringericht.


Aan de Wielstraat wordt gewerkt i.v.m. een kruising Tennet-kabel en mogelijk uitbreiding van standplaatsen op Constructieweg. 


Veel meldingen zoals Muntplein, Populierenstraat, Uiterwijksteeg of Geerstraat zijn al afgehandeld. Soms betrof  het meldingen waarvoor de bewoner zelf verantwoordelijk is, in andere gevallen ging het om een verstopping of slecht onderhoud.

 

Voor een aantal locaties is een bureau ingeschakeld om nader onderzoek te doen. Het gaat om  Groenestraat, Wielstraat, Meeuwenpein en Pannekoekendijk. "Het bureau heeft in 2018 een controle berekening gemaakt voor de toe te passen leidingdiameter voor het nieuwe regenwaterafvoer (RWA) riool. Per overlastlocatie is in het rioleringsrekenmodel een berekening gemaakt om de effecten in beeld te brengen van de nieuwe situatie. Dan weet de gemeente welke diameter RWA riool aangelegd moeten worden en welke ruimte in de bodem nodig is. Dit alles in verband met de in de bodem aanwezige vele kabels, leidingen en bestaande gemengd riool (vuilwater en regenwater)", aldus de gemeente.  


Het meurt in Den Haag

Gepubliceerd op vrijdag 13 september 2019 19:42 Tekst: Driekus Vierkant. Foto's: Pixabay, Piet Bergstra.

Wauw! D'66 weet hoe ze haar Voltooid Leven programma kan invullen! D'66 wil 50 miljoen kippen en 6 miljoen varkens aan het gas, vanwege stikstof. Laten we vooral de Nederlandse veestapel halveren, waardoor Nederland de hongerdood sterft, of massaal aan de broccoli moet. Wat in feite even ellendig is. Zitten ze in Den Haag allemaal aan het lachgas? Lekkere democratie: minder dan 1% van de inwoners affikken. Hoe zit het eigenlijk met dat stikstof?  

 

Stikstof is tof

Stikstof is ongevaarlijk voor mens en dier. Lucht bestaat van nature voor 78% uit stikstof. Zuurstof is veel gevaarlijker. Eten wordt verpakt met stikstof in plaats van lucht zodat het langer houdbaar is. Is er brand? Stikstof verdringt de zuurstof en de fik is uit. Stikstof is ook een belangrijk onderdeel van kunstmest, want die 17 miljoen mondjes moeten wel gevoed met verse groenten en fruit en granen. Alles dat groen is groeit als kool van stikstof, hoezee.

 

Vooruit, stikstof is niet altijd tof

Dan de nadelen: mensen en dieren produceren stikstof. Poep. Stront. Mest. Gier. In fossiele brandstoffen zit ook stikstof. Hoi Randstadforenzen. De industrie stoot stikstof uit. Hoi Pernis. Vliegtuigen ook. Hoi Schiphol. Samen met fosfaten (ook uit mest en kunstmest) zorgt teveel stikstof voor wildgroei van planten. Maar niet per se de planten die je wilt. Zo kan onkruid de natuur verpesten, ook in het water. Het is dus best een goed idee om stikstofuitstoot te verminderen. En dat gaat ook al jaren de goede kant op (zie figuur 6).

 

Vooropgesteld: Nederland heeft geen natuur

Hoe definieer je natuur eigenlijk? Alles dat de mens schept of beïnvloedt definieer je als cultuur. Cultuurlandschap is bijvoorbeeld akkerbouw en weilanden. Steden, dorpen, industrie: allemaal cultuurgebied. Alles dat mensen niet maken of beïnvloeden heeft de definitie van natuur. In Nederland hebben we op wat ongerepte en pseudo onbeheerde gebieden na (Wadden, Veluwe, hoi Oostvaardersplassen) feitelijk geen natuur. 

We wijzen tientallen postzegeltjes aan, zeggen dat dit natuur is, we gaan het vervolgens beheren en beschermen. Wat wij natuur noemen, is niets meer dan beheerde wilde tuintjes, met plantjes en diertjes die we er wel willen hebben en de rest rossen we eruit. Schieten, maaien, plat spuiten, voederen, kappen en aanharken. Hekje eromheen en genieten maar.

Beheerde natuur is een tegenstelling. Het bestaat niet. Het is hooguit recreatiegebied, van en voor mensen.

Nederland is een klein landje, met Madurodam-postzegeltjes stukjes land met industrie, wonen, agri en natuur volledig door elkaar heen. Dit alles zit elkaar flink in de weg. Honderdzestig ‘natuur’gebieden zijn als een lappendeken verspreid in een klein landje, dat is natuurlijk vragen om gedoe. Zeker als het in het belang van invloedrijke partijen is om hun nep-natuurgebiedjes te blijven beheren. Lalala ‘natuur’subsidie.

 

Wegkijken

In plaats van natuurgebieden te schalen en af te schermen van cultuurgebieden, en de industrie aan te pakken om milieuvriendelijker te produceren, namen de Nederlandse politiek en de industrie het niet zo nauw met de stikstofproblemen. Ze verzonnen een heel complex systeem met compensatie. En ze verzonnen een list: als je later ooit een keer compenseert, mag je nu al uitstoten. Typisch Den Haag: een papieren oplossing vinden en ondertussen lekker doorpompen.

 

Lekker liegen en verdraaien

Bovendien: Den Haag wil de werkelijke stikstofneerslag niet echt meten. Want dan kun je goochelen met de cijfers zoals je wil. Hier op het platteland hebben we daar verschillende woorden voor: sjaggeren, marchanderen, draaien, spinnen, manipuleren, liegen, D666. 

Tik op de vingers

Dat de Raad van State de overheid het gierdeksel op de neus gaf, was meer dan terecht: stop met sjoemelen. Dus dat iedereen nu in paniek is en naar elkaar begint te wijzen: als men in Den Haag niet zelf mee had gedaan aan de sjoemelpraktijken, maar werkelijk goed beleid had gemaakt, was er niets aan de hand geweest. Ze hebben het zelf laten ontsporen, daar in Den Haag. D'66, CDA, ChristenUnie, VVD, GroenLinks, allemaal. En de industrie ook. Allemaal boter op het hoofd. Waarom betalen we nog belasting?

 

Shots fired!

De chemische industrie was de allereerste die de verantwoordelijkheid afschoof en naar de agri-industrie wees: “hullie stoten veel meer stikstof uit dan wij, laat ons met rust!” Nou nee, de chemische industrie produceert bijvoorbeeld bakken kunstmest, en verdient hier miljarden aan. En wat te denken van de raffinaderijen? Gaat D’66 Pernis sluiten? Dat zou trouwens meteen de leefbaarheid in Nederland ten goede komen. 

Kunstmest.

Ja zeggen de vegetariërs: gewoon minder vlees eten! Nou uhm nee joh. Want weten jullie hoe jullie groente groeit? Juist: CO2 en kunstmest. In Nederland worden miljarden kuubs aardgas (echt bizar veel!) gebruikt om CO2 en kunstmest van te maken. Voor jullie groente.

En wat zit er in kunstmest? Juist: heel veel stikstof. Kunstmest maken is een extreem energie-intensief proces. 20% van het aardgas is nodig als energie om van de andere 80% kunstmest te maken. Dus wees voorzichtig met wat je wenst: je eigen eten is het volgende slachtoffer van je overdreven vleeshaat en je blinde stikstofpaniek.

 

Echte mest is biologisch

We kraken dus miljarden kuubs aardgas om tot kunstmest en dat terwijl we kipjes, varkentjes en koetjes hebben die fijne biologische mest produceren, wat net zo goed als kunstmest kan worden gebruikt om groenten te verbouwen. Echte biologische groente verbouw je sowieso niet met kunstmest maar met echte mest. Best wel hilarisch dat biologische groente voor vegetariërs met biologische dierenresten kan worden geteeld. Broccoli met varkensbloedmeel, iemand? Hehehe.

Aan de ene kant hebben we dus een bio-mest overschot door kippen en varkens en koeien en overheidsbeleid en aan de andere kant maken we kunstmatige kunstmest met bizar veel uitstoot en milieubelasting. Dit slaat echt nergens op. Maar waar hebben we dit aan te danken?

 

Het meurt in Den Haag

Je zou denken dat je in een circulaire economie juist bio-mest gaat toepassen, en geen kunstmest meer gaat maken. Waarom doen we dat niet? Nou, het was altijd in het belang van Den Haag om zoveel mogelijk aardgas te verkopen aan kunstmestfabrikanten. Gewone mest uitrijden werd zwaar gelimiteerd, en de boeren mochten fors gaan betalen voor kunstmest. Lalala meer geld voor de roverheid. De reden dat onze biologische mest nog steeds niet circulair wordt toegepast is dat Den Haag dit samen met de chemische industrie tegenhoudt. Dus stop eens met wijzen naar een ander, D’66! Stelletje milieuvervuilers.  

Circulaire mest

Het goede nieuws is dat men in Wageningen allang bezig is met onderzoek naar het circulair maken van echte mest ter vervanging van kunstmest. Mensenmest bijvoorbeeld, uit het riool. Zuiveren, droge mest van maken. Idem voor kippenmest, varkensmest en koeienmest. Als je dat efficiënt wil doen, dan moet je alles opvangen.

En dat doe je dus niet in een weiland, maar in een nette stal. Op schaal. Zodat de uitstoot niet in de grond terecht komt. Ja je leest het goed: meer megastallen, het is beter voor het milieu. En je houdt nog meer hectares voor echte natuur over ook. Hoor je de kortsluiting al in die vega-koppies? Leve de Nederlandse boeren, leve de Nederlandse agri-wetenschappers. We lopen voorop ten opzichte van de rest van de wereld. Koester dat. We kunnen de wereld ermee veroveren èn verbeteren.

 

Ruilverkaveling

Toen boertjes aan schaalvergroting gingen doen, ontstond ruilverkaveling, dit was landelijk beleid. Prachtige uitvinding. Grotere stukken land, efficiënter boeren, het bracht Nederland voorbij de hongerdood en bracht ons welvaart.

Laten we dat principe eens toe gaan passen op de huidige indeling van Nederland: als we toch al die mini nep-natuurgebieden beheren, laten we die 160 aangeharkte tuintjes dan terugbrengen tot 12 hele grote, met echt mooie ongerepte natuur. Zodat wonen, werken, industrie en natuur veel minder last van elkaar hebben. En de natuur zich echt kan ontwikkelen in Nederland.

 

Dus D’66, als je slim bent, sluit je juist een pact met de Nederlandse agri-sector. Stimuleer circulaire bio-mest, kill de kunstmest, laat boeren netjes en op schaal mest opvangen en verwerken, en gebruiken als groeispul voor al die mooie groenten en laat de agri-sector de wereld in trekken en veroveren met deze mooie innovaties. Voor een betere wereld moet je bij de boer zijn. Niet bij D’66 vooralsnog. De stinkerds. In je vieze stinkstad. Kom maar een frisse neus halen in de mooie regio!

 

Drie Kusjes, Driekus Vierkant

@driekusvierkant


A never ending story

Gepubliceerd op woensdag 28 augustus 2019 19:21 Foto's: Piet Bergstra.

Als je denkt dat binnenkort de shovel voor kan komen rijden om het krakersbolwerk Bovenhavenstraat 14 tegen de vlakte te schuiven, dan heb je het mis. Nog niet zolang geleden schreven wij over de erbarmelijke omstandigheden van de voormalige Kamper Verf- en Glashandel (even verder op) en de gevaarlijke situatie ter plaatse (instortingsgevaar) op onze Facebookpagina.  Dat artikel heeft schijnbaar GroenLinks wakker geschud. Want zij klommen in de pen en dienden weer schriftelijke vragen in over dit pand.

 

Vragen over de eerder gemaakte afspraken (denk aan de aangenomen motie van de SGP om de zaak zo snel mogelijk plat te gooien), de bodemverontreiniging, de gemeentelijke subsidie, de monumentale status en natuurlijk over de ontbrekende toekomstvisie. Het college wordt onbetrouwbaar genoemd en GroenLinks heeft het paard van ‘restauratie’ weer van stal gehaald.

Nu is maar een klein stukje van het hele gebied in handen van de gemeente. De rest is van een ontwikkelaar en een autobedrijf. Samen kan er best wat moois ontstaan. Maar dan moet je wel eerst ruimte creëren. Misschien moet je alles wel aankopen als gemeente! Als je eenmaal het hele gebied in handen hebt, kun je een toekomstvisie maken en het hele gebied ontwikkelen. Ook dit gebied is een toegangspoort tot de stad. Je zou bij die toegangspoort parkeervoorzieningen kunnen aanleggen onder de bebouwing. Wel waterdicht, natuurlijk. Kom met een constructief voorstel voor aankoop voor het hele gebied in plaats van weer te beginnen over restauratie. Laten we hier iets ontwikkelen zoals Zwolle heeft gedaan op de plek van het voormalige ziekenhuis De Weezenlanden. Dan ben je constructief bezig.

Ondertussen blijft het van de zijde van GroenLinks stil. Men schrijft hardnekkig over het opknappen/restaureren van het pand. Maar dat krakersbolwerk is niet van de gemeente. Sterker nog, niemand wil het pand hebben, zelfs niet met ‘geld toe’ (als daar een verplichting tegenover staat dat de villa opgeknapt moet worden). Dat hebben we de wethouder vaak genoeg horen zeggen.

 

Trouwens, bouwkundig gezien is de belangrijkste eigenschap van een villa; ‘een natuurlijke, klassevolle en luxueuze inrichting. Je hebt pas echt met een villa te maken wanneer interieur en exterieur in harmonie zijn en er gekozen is voor duurzame en kwalitatieve technieken en materialen’ Dat zijn niet onze woorden en daar lijkt ons hier geen sprake van. Dus, houden wij het hier op een krakerspand/-bolwerk. Een die niet meer te redden valt. Geef dat toe en blijf niet hangen in het verleden. 

Je kunt wel blijven hameren op wat er in het verleden allemaal NIET is gedaan door de eigenaren of gemeente maar dat schiet niet op. Wij leven nu, in 2019 en we moeten het doen met wat we hebben. We moeten door en het gebied opnieuw invullen. We moeten er iets moois van maken zodat er over 100 jaar gezegd wordt: ‘Dat hebben ze mooi gedaan in 2019!’  Daarmee kom je verder. Niet met nog eens 25 jaar mekkeren over iets wat niet meer te redden valt.


Zorgfraude: de oplossing ligt bij jou!

Gepubliceerd op zondag 11 augustus 2019 11:16 Foto en tekst: Piet Bergstra.

GBK is enkele weken geleden begonnen met een oproep om zorgfraude te melden. Reden was een brief van het college van b&w. Die uitten hun zorgen over de kwaliteit van geleverde zorg in de gemeente Kampen, de financiering daarvan, overlast en fraude. Die oproep deden wij via onze Facebookpagina. Dat deden we omdat we het idee hebben dat dit laagdrempeliger is dan het te melden bij een (onbekende) Taskforce. Als snel kwamen de eerste meldingen binnen. Al deze meldingen zullen wij (anoniem) doorgegeven aan de Taskforce.

 

Afgelopen vrijdagmorgen had ik een gesprek met onze gemeentesecretaris Anky Griekspoor. Zij is ook de voorzitter van deze Taskforce. Met haar heb ik gesproken over deze meldingen. In de Taskforce zitten o.a. de gemeente, zorgverzekering, GGD, politie, brandweer, bouwtoezicht etc. Zij komen eens in de twee weken bij elkaar. Het doel daarbij is vooral informatie te delen en meldingen na te lopen. Het delen van informatie is natuurlijk essentieel voor de aanpak van fraude. Ik kreeg van mevrouw Griekspoor de toezegging dat alle meldingen serieus worden genomen en zullen worden nagetrokken. Ook beloofde zij dat er een terugkoppeling komt van wat er met de meldingen is gedaan. Dat is erg belangrijk voor de melder.

 

Ik ben ook actief op zoek gegaan naar mensen die werkzaam zijn in de zorg. Bij hen thuis een gesprek aangegaan. Uit die gesprekken blijkt dat er best veel mis is in de zorg. En dan hebben we het niet over het werk van de verpleegster of hulp in de huishouding. Wat ook opviel is, dat sommigen het ‘eng’ vinden of bang zijn om misstanden in de zorg  te melden. Bang dat hun naam bekend zal worden. Men wil collega’s niet afvallen. Laat een ding duidelijk zijn: alle meldingen worden anoniem gedaan. De melder gaat over zijn/haar naam en niemand anders.

 

Waar je wel bang van zou moeten worden is, dat er in Kampen mensen zijn die frauderen met andermans zorgvoorzieningen. Dit getuigt van een schrijnende harteloosheid. Over de ruggen van de gehandicapten, ouderen of zwakkeren in de samenleving verrijken zij zichzelf. Misbruik maken van een PGB of de huishoudelijke hulp. Knoeien met cijfers, vervalsen van facturen, mensen onder druk zetten. Graaien in de pot met geld die bedoeld is voor onze allerzwaksten. Gewoon omdat het kan. Omdat het systeem het toelaat. En degene die de zorg nodig heeft? Pech.

 

Het feit dat de gemeente contracten heeft met 91 zorgverleners maak een en ander er ook niet overzichtelijker op. Maar stel je eens voor dat men fraudeert met het PGB van jouw kind. Of met de hulp in huishouding van jouw oma of opa. Als jij werkzaam bent in de zorg en je weet dat er gefraudeerd wordt of je hebt een vermoeden van fraude: meld het dan alsjeblieft. Bij ons of het Taskforce. Als jij het namelijk niet meldt houd jij deze fraude mede in stand. Dat wil je toch niet?  Melding kun je doen via info@gbkampen.com. De oplossing ligt bij jou. Met z’n allen moeten we er voor zorgen dat onze kwetsbare inwoners de juiste zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.

 

Gaat het helpen? Ja, dat weet ik zeker. Niet zolang gelden deden we een oproep via onze Facebookpagina aan minder validen. We vroegen hen om (parkeer)problemen te melden waar ze, als mindervalide, tegenaan liepen in de stad. Een van de problemen was dat er maar twee gehandicaptenparkeerplaatsen bij het stadhuis waren waarvan een altijd bezet werd door een medewerker van de gemeente zelf. Ik was best een beetje trotst om te zien dat, toen ik de afgelopen vrijdag op het gemeentehuis moest zijn, er inmiddels vier gehandicaptenparkeerplaatsen gerealiseerd zijn voor de deur. Top! Dus ja, het helpt echt wel …


We komen naar je toe

Gepubliceerd op zondag 28 juli 2019 10:46 Foto: Piet Bergstra.

Het is nu ruim een jaar geleden dat het nieuwe college van burgemeester en wethouders is aangetreden in Kampen. GBK maakt ook deel uit van dat college. Wij zijn in 2018 na de verkiezingen als de een-na-grootste partij uit de bus gekomen met 5 raadszetels. Wij hebben veel inwoners van Kampen gesproken tijdens onze verkiezingscampagne. Maar het contact met de burgers van Kampen moet blijven bestaand vinden wij. Zeker ook na de verkiezingen.

 

Natuurlijk houden wij, als enige politieke partij, zeer frequent contact met jullie, de inwoners/volgers via Facebook, Twitter, Instagram en deze website. Maar wij kunnen ons voorstellen dat er inwoners van de gemeente Kampen zijn die graag eens extra contact zouden willen hebben met een van onze raads-/commissieleden, met onze wethouder of een bestuurslid. Daarvoor kunnen allerlei redenen zijn. Misschien wil je wat onder de aandacht brengen van de politiek of zit je met een dringende vraag die je graag persoonlijk wilt bespreken. Misschien wil je zelf wat doen in de politiek of wil je eens met een bestuurslid van GBK praten.

  • Wordt er bij jou op een verjaardag of op je werk altijd over politiek gepraat en weet iedereen het beter? Wil je eens een raadslid of wethouder uitnodigen die iets komt uitleggen of om vragen aan te stellen?
  • Hebben jij en je buren het tijdens de buurtbarbecue het altijd over te hard rijden bij jou in de straat en wil je een raadslid of de wethouder eens uitnodigen om ter plaatste te komen kijken?
  • Open je een nieuw bedrijf of pand en zou je graag wethouder Albert Holtland daarbij uitnodigen om een woordje te doen?
  • Ben je lid of bestuurslid van een buurt- of sportvereniging en wil je een raadslid of de wethouder eens uitnodigen om op de (jaar)vergadering eens wat te komen uitleggen over het raadswerk of over genomen besluiten?
  • Of gewoon eens even met een raads-/commissielid of wethouder -onder vier ogen- praten onder het genot van een kopje koffie, om je zorgen te delen, je ideeën of frustraties kenbaar te maken of misschien wel om hem te complimenteren met de besluiten die zijn genomen?

Nodig ons uit! Wij komen langs en gaan om met je te praten, te luisteren, te kijken, te overleggen, aan te horen of om advies te geven. De raadsleden, wethouder en het bestuur staan voor je klaar. Samen vinden we een datum en tijdstip om elkaar te treffen. Maak er gebruik van. Bel of mail ons: info@gbkampen.com.


Zondagopenstelling: ruimte voor vrijheid

Gepubliceerd op vrijdag 4 juli 2019 11:00 Foto's: Piet Bergstra. Tekst: Nardus Koster

Twee derde van diegenen die mee gedaan hebben aan het onderzoek naar de zondagsopenstelling vindt dat iedereen de ruimte moet hebben voor z’n eigen vrijheid, dit is 1 van de conclusies van de commissie Zondagverkenning en ook uitgesproken door dominee Klaas van der Kamp tijdens de informatieavond.

 

Kampenaren zitten niet op polarisatie te wachten en er bestaat een hoge mate van verdraagzaamheid , verder vindt een meerderheid van de wekelijkse kerkgangers dat je elkaar niet voortdurend de maat moet nemen.

 

Bij zowel de voor- als de tegenstanders zijn er mensen en groeperingen die niet bereid zijn begrip te tonen voor anders denkenden en wensen vast te houden aan hun waarheid. Dit zal ook niet veranderen, hoeveel werkgroepen of enquêtes je ook samenstelt of laat uitvoeren.

 

Voor wat betreft de conclusie van de Commissie zou je kunnen zeggen, in sporttermen, dat er sprake is van een gelijkspel en dat de punten dus verdeeld moeten worden, 40% voor en 40% tegen en voor 20% maakt het niet zoveel uit.

 

Laten we dat dan ook doen en besluiten dat de supermarkten de mogelijkheid krijgen op zondag open te gaan van 12.00 tot 18.00 uur, zonder bevoorrading en zodoende de zondagsrust op zondagmorgen in stand houden. Dan doen wij naar de mening van Gemeente Belang Kampen recht aan de conclusies van de commissie en aan de wensen van een meerderheid van de inwoners van onze gemeente.

 

Nardus Koster, fractievoorzitter

Reevediep: een verkenning

Gepubliceerd op dinsdag 2 april 2019 20:24 Foto's: Piet Bergstra. Tekst: Joep Boerman, RvdR IJsseldelta, Piet Bergstra

Het is vandaag, 1 april, een prachtige dag. De zon schijnt, een straf windje uit het oosten. Het Reevediep, voor het eerst open voor het publiek. Dus ik besluit de boel maar eens te verkennen. Ik begin aan de zuidkant van de recreatieschutsluis Scheeresluis (Kamperstraatweg) en loop naar het westen, richting het Drontermeer. De hekken staan er nog dus ik loop er maar omheen want ik meen zeker te weten dat het vandaag zover is. Of toch niet? Volgens mij wel.

 

Mijn doel is tot het einde te lopen. Dat zal toch niet zo ver zijn? Mijn eerste indrukken? Een gebied met heel veel potentie. Toegegeven: toen men destijds met het plan kwam om dit aan te gaan leggen, was GBK tegen. Wij vonden het gebied al mooi. Maar een meerderheid ging er mee akkoord. Dan moet je niet in je verlies blijven hangen maar meegaan in de verdere ontwikkelingen, onder het motto: Die brug slopen ze echt niet meer.

Door de komst van het Reevediep is een groot deel van de omgeving ten zuiden van Kampen veranderd. Naast alle maatregelen voor waterveiligheid is in het gebied ook vierhonderd hectare nieuwe natte deltanatuur gerealiseerd. Er zijn nieuwe fiets-, wandel- en struinpaden aangelegd. De fiets- en wandelverbindingen in het Reevediep bestaan uit ongeveer 11 km fietspaden en 9 km wandelpaden. Het Reevediep is verder voorzien van een vaargeul voor de recreatievaart. Dat is goed voor de lokale economie en de levendigheid in de stad. Hengelsportliefhebbers krijgen volop nieuwe mogelijkheden langs de noordelijke dijk van het Reevediep. 

Zicht op de recreatiesluis en de inlaat van het Reevediep bij de Kamperstraatweg.
Zicht op de recreatiesluis en de inlaat van het Reevediep bij de Kamperstraatweg.
Koolzaad
Koolzaad

Nadat ik het tweede viaduct van de N50 onderdoor gelopen ben maakt de weg een scherpe bocht naar links. Hier loopt de weg zo'n honderd meter parallel aan de N50 om aan het einde een bocht naar rechts te maken, en af te buigen van de N50. In deze bocht ligt De Enk. Een mooi gebied met een paar grotere bomen. Die hebben de grote werkzaamheden van de afgelopen jaren overleefd. Qua vormgeving is de Enk eigenlijk hetzelfde gebleven. Alleen het land er omheen is veranderd. Er schieten drie hazen weg, over de hoge dijk van 4,50 meter, richting het oude land.

De Enk
De Enk

Als je de Enk gepasseerd bent loop je richting de Nieuwendijkbrug. “Een slanke brug zonder tierlantijnen”, aldus landschapsarchitect Yttje Feddes in het boek Deining in de IJsseldelta van schrijver Joep Boerboom. Een mooi gezicht als je onder de brug doorloopt. Het is de verbinding over het Reevediep tussen Kamperveen, Noordeinde en de stad Kampen. Grauwe ganzen houden mij nauwlettend in de gaten. Aan de andere kant van de dijk ligt het buurtschap de Roskam. “Bij het ontwerp was het soms wat wikken en wegen. De ontwerpers wilden dan de pijlers twintig meter uit elkaar. Voor de aannemers was dertien meter praktischer. Dus werd het zeventien meter” vertelt Yttje. De eerste ruim 3,5 kilometer zit erop. Het valt mij op dat er nu al veel fietsers gebruik maken van het fietspad.

Nieuwendijkbrug
Nieuwendijkbrug

Ik loop door. Hier wordt het stil. Ik hoor alleen nog de vogels en de wind. De dijk kronkelt verder richting het westen. Na 5 kilometer liggen er grote pijpen onder de dijk door. Een ervan spuwt water het Reevediep in. Ik klim de dijk op en probeer mij te oriënteren. Kijken waar dat water vandaag komt. Ik zie een dijk, een gebouwtje en wat huizen maar heb geen idee waar ik ben. Thuis pak ik Googel maps er maar even bij. De kaart is nog niet bijgewerkt, de satellietbeelden laten de werkzaamheden zien. Nu is duidelijk: de buizen komen van het rijksmonument gemaal Van der Engelen Van der Veen. Het gemaal aan de Noordwendigedijk, bij de Molenkolk.  

Inlaat: aan de andere kant van de dijk de Molenkolk en gemaal Van der Engelen Van der Veen.
Inlaat: aan de andere kant van de dijk de Molenkolk en gemaal Van der Engelen Van der Veen.

Even later maakt de weg weer een scherpe bocht naar rechts. Deze hele hoek is een prachtig gebied voor vogels. Kuifeenden liggen er te slapen. Er ligt een kunstmatig aangelegde waterplas en de vaargeul is ver weg. Daarna maakt de weg twee keer een ‘halve’ bocht naar links. Waterhoentjes vliegen op om even verder weer te landen. Het laatste deel loopt rechtdoor, richting Reevesluis en Reevedam. Hier is men nog druk bezig met de aanleg ervan. Onder aan de dijk ligt het Drontermeer te schitteren in het zonlicht. Twee jonge meisjes komen teruglopen, elk met een peddel in de hand. Ze zijn wezen kanoën. Het fietspad buigt af over de dijk naar het oude land en sluit aan bij het Waterkeringpad. Dit ligt net ten noorden van Noordeinde. Op deze manier kun je een mooi rondje fietsen. Via Noordeinde, terug naar de Roskam en de Nieuwendijkbrug. Tot het einde van het Reevediep via de zuidzijde is het 7,5 kilometer. 

Zoals ik al eerder schreef: een prachtig aangelegd natuurgebied. Kampen gaat daar van profiteren, daar ben ik zeker van: het zal vele dagjesmensen trekken: fietsers, wandelaars, vogelaars. Het gebied is nu nog wat nat, het water staat hoog. De natuur moet zich nog verder ontwikkelen wat het is nog een vrij kale boel. Maar dit gaat wel goed komen. Laat dat maar aan de natuur over. 350 hectare nieuwe natte deltanatuur met fiets, wandel en struinpaden. En 43 hectare rietmoeras. 

 

Het grootste deel van het nieuwe moeras ligt direct ten oosten van de waterkering van het Drontermeer. Het maakt deel uit van de ruim 3 km2 nieuwe natuur in het Reevediep. Het hele moeras staat onder invloed van de waterdynamiek van het Drontermeer en het Reevediep. Tientallen soorten vogels profiteren en leven inmiddels in dit gebied: vogels als dodaars, krakeend, krooneend, zomertaling, waterral, blauwborst, en kleine karekiet. Het gebied is toegevoegd aan het bestaande Natura 2000-gebied Veluwerandmeren.

 

Het boek Deining in de IJsseldelta van Joep Boerboom geeft heel goed weer hoe het hele gebied tot stand is gekomen. Waar heel veel mensen aan het woord komen: een bewoner die 'tot het gaatje gaat', de landschapsarchitecte, de schipper, de bewaker, bewoners (die moesten verhuizen), de rietdokter, archeologen, ecologen etc. Met heel veel mooie foto's. Een mooi naslagwerk.

 

Als ik terug ben bij het beginpunt heb ik er 15 kilometer opzitten. De hekken zijn inmiddels verdwenen. Nu alleen nog even de boel ‘doorprikken’ naar het Drontermeer zodat ook de watersport er optimaal gebruik van kan maken en mensen er een rondje Kampen over het water kunnen doen.


Bovenkerk: kijken achter het steigerdoek.

Gepubliceerd op zondag 24 maart 2019 20:24 Tekst en foto's: Piet Bergstra, Hanzebouw, RCE, gemeente Kampen.

De werkzaamheden aan de toren van de Bovenkerk zijn nog in volle gang. Raadsleden en pers mochten er een kijkje nemen. Na een welkomstwoord, koffie met vulkoek, kregen de aanwezigen uitleg door middel van een presentatie door ing. Harry Klunder van bouwbedrijf Hanzebouw b.v. Hanzebouw heeft de leiding van de restauratie. Dit bedrijf is gespecialiseerd in restauratie van monumentale gebouwen waaronder ook kerken. Na de presentatie werd de bouwhelm opgezet en vertrok het gezelschap richting de dertiende ‘steigerverdieping’. Sommigen met de bouwlift, anderen ‘deden’ dertien ladders.

 

De toren, zoals deze er nu uitziet, was niet altijd zo. In het begin bestond de toren uit drie geledingen met een puntdak, vergelijkbaar met die van de Buitenkerk. Later werd er een vierde deel opgebouwd en de punt zoals die nu is. De zijbeuken liepen eerst door en werden later weer verwijderd. Daardoor kwam de toren min of meer ‘los’ te staan van de rest van het gebouw. Nog weer later werden er twee grote steunberen tegen de toren gemetseld. Er is heel veel gebouwd en verbouwd aan kerk en toren. Delen van de buitenste schil van de toren bestaat soms uit tufsteen en gebakken steen. Het was vaak een kwestie van geld bij restauratie voor welke steensoort men koos.

Uitkijkpost

De restauratie startte in april 2018. De toren van de Bovenkerk verkeert in een slechte staat. Vele oude kerktorens zijn eigendom van de burgerlijke gemeente. De bijzondere situatie rond de oude kerktorens is een overblijfsel uit de Franse Tijd toen de scheiding tussen kerk en staat werd doorgevoerd. De Wetgevende Vergadering van de Bataafsche Republiek legde op 1 mei 1798 vast dat voortaan alle kerkgebouwen opnieuw moesten verdeeld onder de verschillende lokale kerkgenootschappen. Maar, zo werd nadrukkelijk bepaald, de torens "aan de Kerkgebouwen gehegt, benevens de Klokken, met derzelver huisingen, worden verklaard, eigendommen te zijn en te blijven der Burgerlijke Gemeenten, staande ten allen tijde onder dezelver beheering en onderhoud". 

 

De reden waarom de torens van de onderlinge verdeling tussen de kerkgenootschappen werden uitgesloten en bij de burgerlijke overheid bleven, kwam door de functie die ze in het maatschappelijk leven innamen. Ze hadden namelijk vaak een publieke functie. Als uitkijkpost, gevangenis, alarmering bij gevaar of brand e.d. De eigenaar van de toren is dus de gemeente Kampen. Dit betekent dat de kosten voor onderhoud ook door de gemeente betaald worden.

Scheefstandmeting

De toren is een kenmerkend element in het stadsbeeld van Kampen. Deze grote, gotische kruisbasiliek was het opvallendste element in het stadsgezicht van Kampen. Totdat er een flat langs de waterkant verscheen en windmolens op het industrieterrein. Uit historisch oogpunt is het van groot belang de toren in een goede staat terug te brengen. In 2015 werd gestart met de voorbereidingen ervan. Toen werd geconcludeerd dat zowel de fundering als het gevelwerk hersteld moest worden. Uit scheefstandmeting over de afgelopen 10 jaar bleek dat de toren structureel verzakt. De toren laat los van de kerk. Er gaapt een gat van zo’n vijftien centimeter tussen toren en kerk. Om verdere schade aan de kerk en toren te voorkomen moest de toren gestabiliseerd te worden. Dat is inmiddels gebeurd. De fundering is hersteld en er zijn maatregelen getroffen om verdere verzakking tegen te gaan. Hoe men dit deed?

Bovenstaande fotoserie van Hanzebouw geeft de werkzaamheden goed weer. Eerst werden er een aantal schroefpalen onder de toren aangebracht. Dit als basis voor een constructie waarop ijzeren balken kwamen te rusten. Nadat de schroefpalen waren aangebracht werden er een profielen door de muren geboord. Vervolgens werden stalen balken, door die gaten in de muren, onder de toren in een kruisvorm aangebracht. Met een vijzel werden die balken op de juiste hoogte gebracht. Dit gebeurde onder een druk van 600 Bar (ter vergelijking: de bandenspanning van een auto is zo'n 2,5 Bar gemiddeld). Nadat dit klaar was werd het geheel afgedekt met een speciale betonlaag. 

Wiebelend bakje

Hierna werd de toren in de steigers gezet. Er moest een steiger worden opgebouwd van 15 lagen tot een hoogte van 37 meter. Nadat de steiger was aangebracht kon een duidelijk beeld worden verkregen van wat de eigenlijke stand van zaken was van de buitenste schil van de toren. Er werd gevraagd of dat niet met een hoogwerker kon. Dat is niet mogelijk: bij zo'n inspectie moet men goed kunnen kijken bij bv. een tracering: boven, onder, links, rechts. In een wiebelend bakje, op een hoogte van 30 meter is dat nagenoeg onmogelijk. Vandaar de steiger. Bij deze inspectie bleek dat veel tufsteen vervangen moesten worden. Maar ook sommige bakstenen, traceringen, regendorpels en montanten waren nodig aan vervanging toe. Tracering is de stenen versiering in geometrische patronen in het boogveld van de gotische vensters en nissen. Montanten zijn de stijlen. Beiden zijn vaak van tufsteen gemaakt. 

Nieuw ingemetselde tufsteen.
Nieuw ingemetselde tufsteen.

Tufsteen

Tufsteen is een gesteente van vulkanisch materiaal. Het kan bestaan uit verschillende componenten, maar de hoofdzakelijk bestaat het uit vulkanische as. Tufsteen is een relatief zachte steensoort die gemakkelijk te bewerken is. De buitenkant opruwen gebeurd gewoon met een hamer. Daardoor zijn de voegers eigenlijk ook natuursteenbewerkers. Veel van de tufsteen wordt gewonnen in Duitsland en Oostenrijk. Sommige delen van de buitenmuren zijn van tufsteen maar ook de raambogen en kozijnen. Sommige tuf neemt vrij makkelijk water op, maar staat dit wat moeilijker weer af, waardoor deze tuf op den duur gevoelig is voor vorstschade. Na verloop van tientallen jaren tot een eeuw begint deze steen dan ook ernstige scheuren te vertonen. Nu wordt veel tufsteen vervangen. Sommige regendorpels ook maar die zijn van een veel zwaardere kwaliteit natuursteen. Een goede meter regendorpel weegt als snel zo'n 120 kilo.

Wijzerplaten

Het uitzicht op deze hoogte is fantastisch! Je ziet Kampen in panorama view. Het weer was die dag wat somber en donker maar je kunt niet alles hebben. Het sloopwerk ter hoogte van de bovenste vijf steigerlagen is afgerond en inmiddels wordt gewerkt aan het aan te brengen nieuwe tuf- en baksteen en regendorpels. De voegers van voegbedrijf Heldoorn zijn druk bezig met het opmetselen van de tufstenen in de buitenste schil van de toren en het vervangen van montanten, regendorpels en traceringen. Daarna kan het worden afgevoegd. Dan zijn de eerste vijf lagen klaar. Nog 10 te gaan. 

 

De wijzerplaten zijn inmiddels ook verwijderd om gerestaureerd te worden. Na onderzoek werd geconstateerd dat de wijzerplaat aan de noordzijde waarschijnlijk de meest authentieke is en in 1807 is geplaatst. Destijds kreeg de aannemer de volgende opdracht gekregen (uit bestek van 1807): ‘den aannemer moet nog een nieuw wijzerbord voor het uurwerk doen maaken, van grootte en swaarte egaal aan de twee af te neemene oude borden.’ Deze wijzerplaat is gemaakt van koper op een hout met metalen frame. De andere twee zijn zeer waarschijnlijk in latere jaren vernieuwd.

 

In één van de wijzerplaten zijn de nodige kogelgaten ontdekt. Deze worden niet gerepareerd, maar blijven bewaard als litteken uit het verleden. De wijzerplaten worden opnieuw gecoat in de oorspronkelijke kleur staalblauw met vergulde cijfers.

Schillen

In de jaren 90 is de toren voor het laatst compleet in de steigers gezet. Nu blijkt dat de restauratie die destijds werd uitgevoerd minder duurzaam is gebleken. Achteraf is dat verklaarbaar omdat uit kostenoverwegingen alleen de hoogst noodzakelijke tufsteen werd vervangen en op meerdere plaatsen werd geschild in plaats van vervangen. Schillen is het gedeeltelijk afkappen van de tufsteen zodat oppervlakkige beschadigingen en verweringen worden verwijderend. In het meerwerk werd vervanging van alle slechte tufsteen voorzien. Als nu weer gekozen zou worden voor het schillen in plaats van vervangen dan zou een nieuwe restauratie over 10 tot 15 jaar noodzakelijk zijn. Vandaar deze rigoureuzere stap.

 

De werkzaamheden liggen op schema. Door de restauratie op deze manier uit te voeren zal de toren er weer voor een periode van 30 tot 40 jaar er tegen kunnen. De planning is er op gericht om in het voorjaar van 2020 het werk af te ronden.


De Burgel, wat zou het mooi zijn ...

Gepubliceerd op dinsdag 5 maart 2019 09:10 Tekst: Herman Bres. Foto's: Kamper Steur, Stadsarchief Kampen

Tot begin jaren ’60 van de vorige eeuw kende de Burgel prachtige boogbruggen en hekwerk die in 1962 en ’63 gesloopt werden i.v.m. restauratie van deze gracht en verbreding van de Vloeddijk. Dat gebeurde in de geest van die tijd en zie je ook veel terug in de woningbouw van die tijd. Hele rijen dezelfde woningen, het moest allemaal snel en goedkoop gebeuren, mooi hoefde het niet te zijn.

 

Ook de Burgel werd jammer genoeg op deze manier verbouwd, slopen al die prachtige boogbruggen en het hekwerk. Men zou het vandaag de dag niet in zijn hoofd halen al dat moois te slopen voor simpele bruggen en het weg laten van het gietijzeren hekwerk. Kampen telt zo’n dikke 500 monumenten en beeldbepalende panden. Helaas valt de Burgel, centraal gelegen in onze historische stad en omringd door veel mooie gebouwen, daarbij in het niet.

Het zou toch prachtig zijn, als eerherstel en in het kader van toerisme en het houden van culturele evenementen, dit historische water, centraal gelegen in onze stad, weer enigszins te verfraaien. In ieder geval terug die mooie boogbruggen en opnieuw hekwerk plaatsen en mooie verlichting er langs. Wat te denken van het inrichten van terrassen en rondom de Burgel evenementen houden?Er “in” zou je pontons kunt leggen waar orkesten, koren en artiesten kunnen optreden. En mocht het winter worden, schaatsen op de Burgel en ’s zomers met kano’s varen. Hoe mooi kan het worden, zeker als straks ook “de Kamper kogge”, voor veel aantrekkingskracht belooft te zorgen? Netwerk met de radio- en tv-zenders “hoe mooi Kampen is” om uitzendingen te verzorgen. Investeer en maak iets moois van de Burgel!


Stadsmuur blootgelegd

Gepubliceerd op woensdag 13 februari 2019 09:05 Tekst: Albert Holtland. Foto's: Stedelijk Museum, Albert Holtland, Piet Bergstra

Bij werkzaamheden aan de straten en het riool in de 3de Ebbingestraat is weer een mooi stuk van de stadsmuur blootgelegd. De buis voor de afvoer van het regenwater moet daar naar de stadsgracht toe (stukje langs de Flevoweg) en daarbij werd dus weer de stadsmuur opgegraven.

 

We weten dat de stadsmuur nog onder de grond zit waarschijnlijk over de gehele lengte van de het plantsoen.

 

De stadsmuur werd op last van onze eerste koning, Koning Lodewijk Napoleon, omstreeks 1810 weggebroken. Immers in die tijd hadden steden geen verdedigingsmuren meer nodig vond men. De opkomst van kanonnen bracht mee dat een stadsmuur toch wel kapot geschoten kon worden en men dacht toen meer in de trant van verdediging aan de landsgrenzen dan aan de stadsgrenzen.

 

De muur werd afgebroken en werd gebruikt voor de aanleg van de strekdam in de IJssel, daar waar de IJssel toen overging in de Zuiderzee. Dat was om de stroming van de IJssel te bevorderen en het verzanden van de IJsselmond tegen te gaan. Ook weer een stukje watermanagement uit de 19de eeuw.

De muur meet ter plekke van de opgraving 1.24 meter. Dat is dus de dikte van de muur rondom Kampen geweest. De muur is daar weggehaald tot onder het huidige maaiveld, waarschijnlijk is dat in de 60er jaren geweest, bij de doorbraak vanaf de Flevoweg naar de Burgwal, om een inrit naar de binnenstad te krijgen.

 

De hoop is dat de muur onder de aarden wal tussen en naast de poorten hoger zal blijken te zijn, omdat dezelfde koning Lodewijk Napoleon Kampen verordende om daar de muren hoger te laten en af te dekken met klei en aarde om de stad aan die zijde te beschermen tegen het water van het Reevediep (Zuiderzee). Immers het water van het Reevediep klotste in die tijd gewoon tegen de stadsmuur aan en zeker bij vloed en storm kon dat een gevaar zijn.

 

Ook het maaiveld lag in die tijd behoorlijk lager. We kunnen zien aan het stuk opgegraven stadsmuur dat het maaiveld in die tijd zo’n 1,5 meter lager heeft gelegen. Bij de bouw van de stadsmuur eind 16de eeuw was het gebied tussen de Ebbingestraten en de Burgwal nog gewoon (laag) binnendijks bouwland. Kijk maar op de oude kaarten van Braun en Hoogenberg en Blaauw. 

 

De muur en de poorten werden op maaiveld hoogte gebouwd. In latere jaren is het daar behoorlijk opgehoogd om de huizen niet in de modder te laten staan bij een regenbui. Dat betekent ook dat een flink deel van de stadsmuur wat in die late middeleeuwen gewoon zichtbaar was, nu onder het maaiveld is verdwenen.

 

Niettemin is het mooi om te zien dat er weer een stukje van de rijke historie van Kampen zichtbaar was. Helaas wordt er een afwateringsbuis van 50 cm doorsnee middels een boring doorheen geleid en daarna wordt de muur weer toegedekt. Moesten de muur vroeger het water van buitenaf tegenhouden, nu moeten we door de muur om water van binnenuit af te kunnen voeren. De loop der tijden maakt dat dingen veranderen………..


Rubbergranulaat: van alle kanten

Gepubliceerd op zaterdag 9 februari 2019 11:33 Samenstelling: Piet Bergstra.

Iedere dag wordt in Nederland gesport op kunstgras. Het aantal kunstgrasvelden in ons land is de laatste jaren explosief gestegen. Er liggen inmiddels alleen al bijna 2000 kunstgras voetbalvelden in Nederland. Het voordeel van die velden is dat er veel vaker op gespeeld kan worden dan op een grasveld. Scholen, voetbalclubs maar ook kinderdagverblijven, iedereen maakt er inmiddels gebruik van.

 

Maar wat veel mensen niet weten, is dat 90% van al die velden is bestrooid met gemalen autobanden. Die banden mogen niet verbrand of gestort worden. Daarom worden ze gerecycled en komen ze terecht op de kunstgrasvelden. In de banden zitten veel giftige stoffen. En ook stoffen die bewezen kankerverwekkend zijn. Die kankerverwekkende stoffen zijn met name voor kinderen gevaarlijk.

 

Op 22 februari 2017 stelden wij het college schriftelijke vragen. Wij vroegen aandacht voor de gezondheidsrisico’s bij het gebruik van met rubbergranulaat ingestrooide kunstgrasvelden. De reden daarvan was een televisie-uitzending van Zembla ‘Gevaarlijk spel’ in oktober 2016, dat ging over kunstgrasvelden. Door het college werd al eens eerder mondeling antwoord gegeven, nu kwam een schriftelijke reactie.

 

Rubbergranulaat verantwoord

Begin 2017 maakte het RIVM de resultaten van het onderzoek bekend. Uit dat onderzoek bleek dat sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat verantwoord is. De alternatieven (TPE of kurk) zijn duurder, meestal beperkt getest op gezondheidsrisico's en sporttechnisch gezien zeker niet beter dan rubbergranulaat. Op basis daarvan besloot het college op 22 januari jl. om rubbergranulaat niet op voorhand uit te sluiten.

Omslagfoto rapport "Beoordeling gezondheidsrisico’s door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat" van RIVM
Omslagfoto rapport "Beoordeling gezondheidsrisico’s door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat" van RIVM

De conclusie van het onderzoek is dat het risico voor de gezondheid van sporten op deze kunstgrasvelden praktisch verwaarloosbaar is. Rubbergranulaat bevat weliswaar schadelijke stoffen, maar deze stoffen komen maar in zeer lage hoeveelheden vrij uit het rubbergranulaat na inslikken, bij huidcontact of door verdamping bij warm weer. Het RIVM adviseert om de norm voor rubbergranulaat bij te stellen naar een norm die dichter in de buurt ligt van de norm voor consumentenproducten.

 

Schadelijk effect gezondheid praktisch verwaarloosbaar

Het onderzoek van het RIVM bestond uit literatuuronderzoek en veld- en laboratoriumonderzoek. De beschikbare wetenschappelijke literatuur is onderzocht over de stoffen in rubbergranulaat, de eigenschappen en de gezondheidseffecten ervan. Met een veld- en laboratoriumonderzoek werd onderzocht welke chemische stoffen er in het rubbergranulaat zitten en of die stoffen vrijkomen uit de korrels. Het RIVM werkte hierbij samen met vele anderen en liet zich adviseren door een wetenschappelijke en een maatschappelijke klankbordgroep. 

Bemonstering van rubbergranulaat met een stofzuiger (links) en vulling van een glazen pot met het bemonsterde materiaal (rechts). Foto: RIVM
Bemonstering van rubbergranulaat met een stofzuiger (links) en vulling van een glazen pot met het bemonsterde materiaal (rechts). Foto: RIVM

“In rubbergranulaat zitten heel veel verschillende stoffen, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), metalen, weekmakers (ftalaten) en bisfenol A (BPA). De stoffen blijken in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij te komen. Dat komt doordat de stoffen min of meer in het granulaat zijn 'opgesloten'. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid praktisch verwaarloosbaar”, aldus het RIVM. Maar is dat wel zo?

 

Kinderen zijn een stuk kwetsbaarder 

Een raadslid uit Sittard was bezorgd over de risico’s van dit soort kunstgrasvelden in zijn gemeente en vroeg prof. dr. M.P.F. (Martijn) Berger naar het onderzoek te kijken. Martijn Berger was toen hoogleraar Methodologie en Statistiek aan de universiteit van Maastricht: “Er valt er uit het onderzoek geen enkele conclusie te trekken, omdat er veel te weinig voetballers hebben deelgenomen. De kleine groep, ’t is een kleine steekproef, van mannelijke sporters, zeer select vind ik want er zijn ook kinderen en vrouwen die op die grasmatten sport bedrijven. En kinderen zijn een stuk kwetsbaarder maar dat is een hele selecte groep vind ik en die is volstrekt onvoldoende om überhaupt iets te kunnen vinden. Dus statistisch gesproken zegt men dat je niet voldoende statistisch vermogen hebt om een effect te vinden”.

Lozingen van drainagewater kunststofgrasvelden. Foto: STOWA
Lozingen van drainagewater kunststofgrasvelden. Foto: STOWA

Geen antwoord

Andrew Watterson, hoogleraar Volksgezondheid is ook betrokken bij internationale campagnes ter preventie van kanker. Eerder deed hij onderzoek naar de gezondheid en veiligheid van mensen die met autobanden werken. Nu heeft hij alle studies die er wereldwijd verschenen zijn over de gezondheidsrisico’s van kunstgrasvelden met gemalen autobanden bestudeerd. Volgens hem geven die studies geen enkel antwoord op de vraag hoe groot de risico’s zijn. “Helaas baseren overheden zich op een klein onderzoek en zeggen dat ze er niks aan de hand is. Dat kun je niet concluderen op basis van een klein onderzoek”, aldus Watterson.

 

Zink, kobalt en minerale olie 

Een rapport van het RIVM over het grondwater concludeert dat het gebruik van rubbergranulaat op kunstgrasvelden schadelijk kan zijn voor het milieu in de directe omgeving van de velden. Uit de rubberkorrels kunnen stoffen lekken die terecht komen in de grond om de velden heen (de bermgrond) en in de bagger in sloten. Dat is slecht voor het ecosysteem omdat het de biodiversiteit aantast. Op diverse locaties overschrijden de concentraties zink, kobalt en minerale olie bij kunstgrasvelden de geldende normen voor bodem en waterbodem (Besluit bodemkwaliteit), terwijl dat bij echte grasvelden niet het geval is.

 

Het milieu is vooral gevoelig voor hoge concentraties zink; voor de mens vormt zink geen gezondheidsrisico. Kobalt, zink en minerale olie die uit rubbergranulaat weglekken, kunnen zich ook ophopen in de technische onderlagen van het kunstgrasveld. Van daaruit kunnen ze zich, op korte of lange termijn, verder verspreiden naar de omgeving.

 

Strenger Europese Regelgeving

In de zomer van 2015 ontstond er grote onrust onder de banden- en rubberfabrikanten. Aanleiding was strengere Europese regelgeving voor rubberproducten die in contact komen met de huid, zoals speelgoed. Die nieuwe norm werd vastgelegd in de zogenaamde REACH regeling. Daarin is bepaald dat van de 8  


kankerverwekkende paks in het rubber nog maar maximaal 1 milligram per kilo mag zitten. Voor kinderproducten mag dat nog slechts 0,5 milligram zijn. Maar in het rubbergranulaat van de kunstgrasvelden is het gehalte van die stoffen veel hoger.

 

Vervuiling waterbodem

Rubbergranulaat op kunstgrasvelden kan tot plaatselijke vervuiling van de bermgrond en waterbodem leiden. Dat blijkt uit onderzoek dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de waterschappen uitvoerden. 

Stilstaande snoek. Foto: STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer)
Stilstaande snoek. Foto: STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer)

De milieubelasting ontstaat doordat rubbergranulaatkorrels van kunstgrasvelden worden meegesleept door mensen of bijvoorbeeld door het gebruik van bladblazers. Hierdoor kunnen rubbergranulaatkorrels tot enkele meters naast het veld op de bermgrond terechtkomen.

Daarnaast lekken stoffen uit rubbergranulaat, en mogelijk uit de onderlaag van het veld, weg naar het drainagewater: regenwater dat via de sportvelden in de bodem terechtkomt en van daaruit via buizen wordt afgevoerd naar een sloot. In het slootwater worden de concentraties zodanig verdund dat ze geen schade veroorzaken. Wel binden de meeste stoffen zich aan bagger op de slootbodem. In de waterbodem zijn wel effecten gemeten.

 

In het licht van de conclusie en de aanbevelingen van het rapport beveelt de Unie van Waterschappen aan om een aanvullende milieurapportage voor rubbergranulaat verplicht op te nemen in het zorgplichtdocument. Ook vindt de Unie dat er voldoende controle moet zijn op naleving van de zorgplicht. Daarnaast moeten partijen op zoek naar milieuvriendelijker alternatieven. Dit met het oog op de taak van de waterschappen.

 

De GGD

Op basis van het onderzoek van het RIVM concludeert de GGD dat het verantwoord is om te sporten op de kunstgrasvoetbalvelden. De GGD onderschrijft de conclusie en adviseert kinderen en ouders om vooral te blijven sporten. De GGD begrijpt dat sommige ouders zich toch zorgen blijven maken, ondanks de uitkomsten uit het RIVM-onderzoek. Normaal hygiënische gedrag zorgt er voor dat contact met de rubberkorrels zo klein mogelijk is.

  • Neem een douche na het sporten, en trek daarna schone kleren aan;
  • Klop sportschoenen en –kleding buiten uit;
  • Maak open wonden of schaafwonden goed schoon en dek ze af vóór het spelen op het veld;
  • Zorg ervoor dat de korrels niet in de mond komen: dus let op je kinderen en sluit bidons op het veld af na gebruik.

De KNVB

De KNVB tenslotte heeft ook een eigen Dossier Rubbergranulaat Kunstgras. Zij schaart zich ook achter het RIVM en haar rapport. De KNVB heeft het in het ene artikel over het feit dat het niet ongezond is om op kunstgras gevuld met rubbergranulaat te sporten. In een ander artikel heeft de KNVB het over het feit dat rubbergranulaat verantwoord is terwijl de kop aangeeft dat het veilig is.

In de zomer van 2017 kwam Zembla met het vervolg op de eerste aflevering. Onderzoekers van de Vrije Universiteit zijn het niet eens met de conclusies van het rapport van het RIVM. In Langs de Lijn En Omstreken lichtte onderzoeksleider en toxicoloog Jacob de Boer de bevindingen toe. 'Een promotieonderzoek duurt vier jaar, het onderzoek van het RIVM twee maanden'. 

 

Afgelopen donderdagavond (7 februari 2019) was er tijdens het raadspreekuur een inspreker die namens de Stichting 'Kom van het gras af' een presentatie hield. Die presentatie is hieronder te downloaden. 

 

Bronnen:

Zembla; RIVM; UVW; KNVB; GGZ; NPORadio1

Download
Presentatie Stichting Kom van dat gras af.
Samen sterk voor veilige sportvelden
2019207.pdf
Adobe Acrobat document 5.2 MB

Binnenkijken: Het Hoornbeeck College

Gepubliceerd op woensdag 9 januari 2019 13:53 Tekst en foto's: RoosRos architecten en Piet Bergstra

Een kenmerkend gebouw als je via de Molenbrug richting Kampen rijdt. Het Hoornbeeck is een reformatorische mbo-school. De school biedt opleidingen in de sectoren dienstverlening, economie, ICT/techniek en zorg/welzijn. Er is een totaal aanbod van ongeveer 30 opleidingen in Kampen. Landelijk (de school heeft 6 vestigingen) zijn dat er bijna 100. Het Hoornbeeck College voert de landelijke ranglijst van mbo-scholen aan in de Keuzegids Mbo 2019.

 

De nieuwbouwlocatie van het Hoornbeeck College te Kampen ligt op een strategische positie bij de zuidelijke toegangsweg naar Kampen. Het ontwerp bestaat uit een compact en overzichtelijk onderwijsgebouw in drie lagen. De bovenste twee bouwlagen zijn voorzien van ronde transparante koppen waar de open ateliers van de praktijkgerichte sectoren zijn gehuisvest. Op de begane grond bevinden zich diverse shops, de aula, staffuncties en de ontmoetingshal met het centrale atrium.

De centrale hal van de school: het atrium.
De centrale hal van de school: het atrium.

In het ‘rechte’ deel van het gebouw bevinden zich hoofdzakelijk de instructielokalen. Het atrium fungeert als grote klimaatschacht in het hart van het gebouw. Kenmerkend voor het ontwerp zijn de compacte opzet, de contextrijke leeromgevingen, de flexibiliteit en vrije indeelbaarheid en de toepassing van duurzame materialen en energiezuinige concepten. Het gebouw voldoet aan frisse scholen niveau B. RoosRos architecten heeft tevens het interieurontwerp en het ontwerp voor het schoolterrein (i.s.m. Ars Virens) vervaardigd. Na een bouwtraject van een jaar werd in 2014 het nieuwe schoolgebouw van het Hoornbeeck College in Kampen opgeleverd.

 

Veel daglicht

“Het Hoornbeeck bestaat uit 6 locaties: Amersfoort, Apeldoorn, Goes, Gouda, Kampen en Rotterdam. Daarnaast zijn er nog dependances in Gorinchem, Hoevelaken, Kesteren en Rijsen. Als je binnenkomt sta je meteen in het atrium. Wat opvalt is dat er veel daglicht naar binnen valt: van alle kanten. Op de vloer de afbeeldingen van leerlingen die naar boven kijken: ieder in de eigen kleur van de sectoropleidingen: rood, blauw en geel. Diezelfde kleuren vind je ook weer terug op de drie etages”, aldus locatiemanager Henk Jan Bart. 

De "metro" plattegrond geeft de plaatsen aan waar de studenten vandaan komen.
De "metro" plattegrond geeft de plaatsen aan waar de studenten vandaan komen.

Op het Hoornbeeck zitten ongeveer 700 studenten. Bart: “Hiervan zijn er gemiddeld 200 op stage. De studenten komen uit heel noord Nederland: van Den Helder tot Nieuwenoord, van Oosterwolde tot Barneveld. Een mooi overzicht van die regio hangt in een van de vergaderzalen”. Een soort openbaar vervoer plattegrond, een kaart van de metro van Londen, maar dan met alle namen van plaatsen waar studenten vandaan komen. Naast de studenten werken er ook nog 60 docenten en 30 man/vrouw ondersteunend personeel.

 

Sport

Voor de sportlessen maakt men gebruik van de naastgelegen KHC sporthal. Voor de school is het efficiënter om de sporthal af te huren dan zelf een sportzaal te bouwen. Het is natuurlijk ook zeer gunstig gelegen: op loopafstand. “Wel is er een stille wens om tegenover de school een brug te plaatsen zodat  de loopafstand naar de sporthal verder beperkt kan worden. Voor KHC prachtig dat zij de hal aan ons willen verhuren op dagen/tijden dat zij er zelf geen gebruik van maken. Een duidelijke win-win situatie”, vertelt Bart.

De centrale hal met het gedeelte om te kunnen eten.
De centrale hal met het gedeelte om te kunnen eten.

Duurzaam

Het schoolgebouw is bijna energieneutraal. De school wordt verwarmd door zogenaamd warmte- en koudeopslag (WKO). Het is een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. Door een goed beheer van de warmte-koudeopslag wordt het maximale rendement uit de installatie gehaald. De verwarming wordt automatisch ingeschakeld: gaat het licht aan bij binnenkomst in een lokaal/bureau, dan gaat de verwarming ook aan. Er wordt nagenoeg geen gas gebruikt. Daarnaast liggen er nog 400 zonnepanelen op het dak. Hierdoor wordt zo’n schoolbreed 4 ton aan euro’s bespaard; daar kunnen bv. weer docenten voor worden aangetrokken.

 

Een bijzondere keuken

Erg bijzonder is het gebruik van de keukenlokaal. Volgens dhr. Bart wordt het wordt gedurende vier dagen in de week gebruik door de school zelf. Echter, dhr. Gerrit de Jong, voormalig kok van de Maarlenhof, mocht dit lokaal de overgebleven dag gebruiken voor zijn project: kooklessen geven aan 12 (alleenstaande) mannen. Deze cursus (inmiddels voor het tweede jaar) duurt 8 lessen. “Met deze cursus wil men deze mannen meer zelfredzaamheid meegeven door middel van kooklessen. Natuurlijk speelt ook de onderlinge ontmoeting een grote rol. De oudste deelnemer was 88 jaar. Ook de leerlingen vinden het prachtig!” aldus dhr. Bart. Een fantastisch initiatief. Neem voor informatie gerust contact op met de school.

Regionale samenwerking

In deze regio werkt het Hoornbeeck College voor de BBL-bouwopleidingen nauw samen met de Opleidingsvereniging Genemuiden (OVG). Het gaat om studenten die de opleidingen Timmerman en Metselaar (niveau 2) en Allround Timmerman/ Allround Metselaar (niveau 3) volgen. Ze gaan 1 dag naar school en voor het overige werken in de bouw. De “bouwjongens” hebben een leerarbeidsovereenkomst met een aannemer of met een Samenwerkingsverband. Het OVG borgt de kwaliteit van de opleiding en dat de aannemers voldoende aandacht besteden aan het opleiden van leerling-werknemers. Zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt kan de opleiding onder druk komen te staan: de mannen zijn immers op de bouw nodig. Ook zorgt het OVG ervoor dat de leerling door kan met zijn opleiding. Moet een leerling bv. een opdracht ‘funderen’ doen, dan kan het zijn dat dit net niet aan bod is op de bouw. In dat geval kan een leerling tijdelijk overgeplaatst worden, zodat betreffende opdracht wél gedaan kan worden.

 

Studenten van de opleiding Verzorgende-IG hebbende mogelijkheid hun opleiding af te ronden in een kansrijke opleidingsomgeving in woonzorgcentrum De Regenboog in Dronten. In Het Regenboog Gilde wordt samengewerkt met het Hoornbeeck College. Het hele 3de opleidingsjaar vindt plaats in woonzorgcentrum De Regenboog (zowel theorie als praktijk). De school heeft er een eigen leerhome. Een docent is veel aanwezig ter ondersteuning van de studenten en werkbegeleiders. De studenten worden begeleid door deskundige werkbegeleiders, waarvan ze het vak leren.

 

“Ook de wijkvereniging is welkom in de school”, besluit dhr. Bart. “De faciliteiten (zoals een zaal, beamer, koffie/thee) zijn aanwezig dus wij stellen die graag beschikbaar. Wij willen graag de verbinding maken met onze omgeving”.  


Binnenkijken: de nieuwe gemeentewerf

Gepubliceerd op maandag 6 december 2018 11:55 Tekst en foto's: Piet Bergstra

Sinds 2016 zit de gemeentewerf aan de Tasveld 19 in IJsselmuiden. Zij lieten de Werfweg (Loswal) achter zich. Bruno Karel en Piet Bergstra namen namens GBK daar een kijkje onder leiding van Henk Jan Bartelink. De verhuizing had destijds nogal wat voeten in aarde.

 

Een een-tweetje tussen overheid en particulieren (grondjeruil), een raad die niet geïnformeerd werd, bezwaren van omliggende bewoners en bedrijven richtten zich op de verwachte overlast door strooiwagens, toename van brandgevaar en bouwen tot de perceelgrens. Zelfs werd er een blokkade van de toegangspoort opgeworpen omdat de aannemer werkzaamheden, voor de benodigde aanpassingen van gebouwen en terrein, wilde starten terwijl tegen de verleende vergunning nog beroep mogelijk was. Al met al trad er een vertraging op van enkele maanden opgetreden.

 

 “Op het Tasveld zit de wijkpost Groen met ca. 10 medewerkers. Daarnaast is dit de thuisbasis voor team Civiele Werken bestaande uit medewerkers Reiniging en Weg en Waterbouw. In totaal ca. 35 medewerkers. Dit is zonder de uitzendkrachten. De perceeloppervlakte van de nieuwe gemeentewerf bedraagt zo’n 60% van het oude perceel. De nieuwe zoutloods heeft wel een grotere capaciteit. Er ligt 600 ton zout opgeslagen. Er is voldoende gelegenheid voor werkplaatsvoorzieningen en parkeerloodsen. Wel is het zo dat, mocht er nog eens worden uitgebreid, dit kan betekenen dat niet alle voertuigen meer onder dak kunnen” aldus de gastheer.

 

Het eigen vrachtwagenpark bestaat uit 12 vrachtwagens. Drie vrachtauto’s worden maar een paar maanden per jaar ingezet als strooiwagen. Deze vrachtwagens zijn al afgeschreven. Gedurende de vorstperiode worden de schorsing van de kentekens opgeheven en de wagens (weer) in de verzekering gezet. Daardoor is de gemeente efficiënter en goedkoper uit dan door dit uit te besteden. Andere gemeente en de provincie Overijssel doen dat wel.