Reeve: een overzicht en terugblik

Gepubliceerd op vrijdag 27 december 2019 19:34  Tekst: Raad van State, Piet Bergstra. Foto's: Piet Bergstra, IJsseldelta

De stichting Werkgroep Zwartendijk en Natuurvereniging IJsseldelta (hierna verder De Stichting en de Vereniging) vochten jarenlang een juridische strijd tegen de komst van het Reevediep en later de woningbouw in het Reeve. Tevergeefs, naar bleek op 24 december 2019. Hoewel er tussentijds een succesje werd geboekt was het eindresultaat ontgoocheld: op alle punten die zij inbrachten werden ze in het ongelijk gesteld. En dat waren er nogal wat. Maar waar ging het nu eigenlijk om? En wat waren die ingebrachte bezwaren? Een overzicht en terugblik.

 

Het begon al in 2013. Bij besluit van 12 december 2013 stelde de minister van Infrastructuur en Milieu het projectplan "Projectplan Waterwet Inrichting IJsseldelta-Zuid (Reevediep)" vast. Dit als uitvoering van de Planologische Kernbeslissing "Ruimte voor de Rivier". Het voornaamste onderdeel van deze besluiten betrof de aanleg en inrichting van een hoogwatergeul - het Reevediep ook wel aangeduid als bypass - ten zuiden van Kampen. Een van de uitvoeringsbesluiten, het door de raad bij besluit van 12 december 2013 vastgestelde bestemmingsplan "Dorp Reeve", voorzag daarnaast in de realisatie van een nieuwe woonwijk met 1.300 woningen en maximaal 1.100 ligplaatsen voor (recreatie)vaartuigen, het zogeheten dorp Reeve, ten zuiden van Kampen.

De Stichting en de Vereniging gingen hiertegen in beroep, vanwege de gevolgen van deze besluiten voor de natuur- en landschapswaarden van het gebied. Zij vonden onder meer dat de besluiten zouden leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren, vanwege nadelige gevolgen voor twee (moeras)vogelsoorten, te weten de roerdomp en de grote karekiet. Daarnaast vonden de Stichting en de Vereniging dat niet was aangetoond dat een actuele regionale behoefte bestond aan de 1.300 woningen en de bijbehorende ligplaatsen in het dorp Reeve.

In een tussenuitspraak op 11 februari 2015 gaf de Afdeling aan dat zonder het reduceren van deze negatieve effectenmaatregel (b.v. in de vorm van nieuw rietmoeras), dat zou leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren, in verband met de aantasting van het broed- en leefgebied van de roerdomp en de grote karekiet. Ook gaf de Afdeling aan dat de raad de actuele regionale behoefte aan de 1.300 woningen in het dorp Reeve niet inzichtelijk had gemaakt en dat het bestemmingsplan "IJsseldelta-Zuid" dus in strijd was met het Besluit ruimtelijke ordening. Een tussentijds succes.

 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State droeg de uitvoerders op om te voldoen aan de criteria die in de Natuurbeschermingswet zijn opgenomen. Ook moest nader onderzoek plaatsvinden over de woningbehoefte. Het besluit van de gemeenteraad van 12 december 2013 werd vernietigd, wat betreft de planregeling voor het dorp Reeve en de bijbehorende jachthaven. Voor wat betreft de hoogwatergeul moest er een zogenaamde ADC-toets plaatsvinden: (Alternatief - Dwingende redenen openbaar belang - Compensatiemaatregelen Natura 2000). 

Op 25 januari 2018 stelde de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan vast voor het dorp Reeve. Dit afzonderlijk van de besluitvorming over het projectplan en de uitvoeringsbesluiten voor de doorgaande vaarverbinding. Het nieuwe bestemmingsplan voorzag in een minder omvangrijke ontwikkeling dan was voorzien in het bestemmingsplan "IJsseldelta-Zuid" van 12 december 2013.

 

Het bestemmingsplan voor het dorp Reeve voorzag nu in 600 woningen. Het bestemmingsplan "Reeve" voorzag verder in een externe jachthaven met 70 ligplaatsen voor recreatievaartuigen, in het zuidwestelijke deel van het plangebied. De beroepen van de Stichting en de Vereniging tegen het bestemmingsplan "Reeve" werden ongegrond verklaard.

 

De Vereniging en de Stichting stelden beroep in tegen het projectplan en de uitvoeringsbesluiten, omdat volgens hen het recreatieve gebruik van de vaarweg zou kunnen leiden tot verstoring van de roerdomp en de grote karekiet en als gevolg daarvan tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Daarnaast zou de vaarverbinding volgens appellanten leiden tot een toename van stikstofdepositie op gevoelige habitattypen in de (wijde) omgeving van de vaargeul. De Vereniging gaf als verweer dat het projectplan en de uitvoeringsbesluiten in strijd zou zijn met het "Verdrag inzake biologische diversiteit, Rio de Janeiro, 5 juni 1992, (hierna: Biodiversiteitsverdrag)", vanwege de gevolgen van de doorgaande vaarroute voor het leefgebied van de roerdomp en de grote karekiet. Partijen bij het Biodiversiteitsverdrag hebben zich onder meer verbonden maatregelen te treffen teneinde het verlies van biodiversiteit tegen te gaan, aldus de Vereniging. De Afdeling stelde nog even vraagtekens bij het feit of de Vereniging wel beroep kon doen op dit verdrag. Maar omdat het verweer niet concreet was werd ook dit afgewezen. 

Grote karekiet: Bron Earth.com
Grote karekiet: Bron Earth.com

De Stichting en de Vereniging betoogden verder dat het projectplan en de uitvoeringsbesluiten in strijd waren met de Wet Natuurbescherming. De besluiten leiden volgens hen tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren vanwege de gevolgen van de doorgaande vaarroute voor recreatievaartuigen voor de roerdomp en de grote karekiet. De voorbijvarende motor- en zeiljachten leiden volgens hen tot verstoring van de vogels. Het ging in dit verband om visuele verstoring en om verstoring door geluid van gemotoriseerde vaartuigen en door verlichting van die vaartuigen. Er was een natuurtoets gedaan door bureau Tauw. Ook over de verstoringsafstand was men het niet mee eens. Die stond op 200 meter en dat moest zeker 400 meter zijn. Daarnaast vonden de bezwaarmakers dat de beoogde beschermingsmaatregel in de vorm van drie afschermende rieteilanden en een nieuwe rietkraag niet was aangetoond.

 

De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen aanleiding in het oordeel dat gemeente en provincie bij het nemen van de bestreden besluiten niet mochten uitgaan van de conclusie uit de passende beoordeling dat het gebruik van de vaargeul niet zou leiden tot verstoring van de roerdomp en de grote karekiet vanwege de verlichting van de recreatievaartuigen. Er werd een vergelijk gemaakt met onderzoek in de Weerribben en Wieden. Daar was onderzoek verricht naar verstoringseffecten van moerasvogels door waterrecreatie. Uit een analyse met gegevens van de vaarintensiteit, het aanwezige riet én de verspreiding van moerasbroedvogels bleek dat de vaarintensiteit een prima voorspeller was voor de aanwezigheid van moerasbroedvogels. Rietzangvogels, zoals de grote karekiet, bleken minder verstoringsgevoelig dan reigerachtigen en roofvogels, zoals de roerdomp.

 

Roerdomp. Foto: Pixabay
Roerdomp. Foto: Pixabay

Verstoring van vogels kan in beginsel plaatsvinden door geluid, licht en visuele verstoring door menselijke aanwezigheid. De Afdeling was van mening dat in de vaargeul van het Reevediep sprake is van relatief lage geluidsniveaus, omdat de boten slechts met lage snelheid mogen varen. Motorgeluid en eventueel menselijk geluid zijn daarbij van ondergeschikt belang. Als gevolg van de combinatie van een laag geluidsniveau met het relatief lage aantal vaarbewegingen (in vergelijking met b.v. een drukke weg) zou geluidsverstoring geen factor van betekenis zijn. Concentratie van boten vindt, bij afwezigheid van aanlegplaatsen in de vaargeul, niet plaats. Voor vogels die overdag actief zijn, zoals de roerdomp en de grote karekiet, is ook verstoring door licht geen belangrijke factor. Het merendeel van de boten zal immers bij daglicht passeren. De verstoring vanuit de vaargeul is uitsluitend het gevolg van visuele verstoring van de langsvarende vaartuigen en de daarop aanwezige mensen, aldus de beoordeling.

 

De Stichting en de Vereniging bestreden dat vanwege de verschillen in rekensystematiek, de in Duitsland gehanteerde drempelwaarde met 4 dB(A) kon worden verhoogd. Zowel de verstoring door geluid, licht, visuele verstoringen a;s de rekensystematiek werden door de Afdeling bestuursrechtspraak afgewezen.

 

Dan was er nog de vraag of de nieuwe rieteilanden zouden volstaan als afschermende maatregel. Voor een effectieve werking van een alleen een barrière was niet meer vereist dan een barrière van voldoende hoogte en dichtheid. Dit betekende in dit geval dat het riet om als afschermende maatregel te kunnen dienen aan de kwaliteitseis moet voldoen van het bereiken van een hoogte van 2 m en voldoende dichtheid. Het maakte niet uit of de visuele afscherming werd bereikt door een natuurlijke afscherming of een door een technische, kunstmatige constructie, bijvoorbeeld een zichtscherm van hout. De Afdeling zag een bevestiging voor dit oordeel in de omstandigheid dat is gebleken was dat, binnen twee jaar na de transplantatie, het riet zich overeenkomstig de verwachting van verweerders ontwikkeld had.

 

De Stichting en de Vereniging betwistten dit. Op een nadere zitting van 16 oktober 2019 werden door hen gemaakte foto’s getoond, waaruit volgens hen kon worden afgeleid dat het riet nog altijd niet aan de vereiste hoogte van 2 m voldeed en dus volgens hen niet effectief was. De getoonde foto’s waren naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende om de bevindingen van de veldinspecties van Altenburg en Wymenga, die het onderzoek hadden uitgevoerd, te diskwalificeren.

Over de vrees van de Vereniging dat het riet op de eilanden zou worden vertrapt of beschadigd door recreanten (zwemmers, vissers, kanoërs) die de eilanden zullen betreden, overwoog de Afdeling als volgt: het gebruik van de doorgaande vaarweg Reevediep is alleen toegestaan binnen de betonde vaargeul. Verder is van belang dat aan het water in het plangebied dat niet is aangeduid als "vaargeul", de aanduiding "recreatie uitgesloten" is toegekend. Waterrecreatie buiten de vaargeul is dus niet toegestaan. Ook dit betoog slaagde daarom niet.

 

De Stichting en de Vereniging betogen tenslotte dat de drie rieteilanden de waterdynamiek ter plaatse zouden beïnvloeden, hetgeen negatieve gevolgen zou hebben voor de bestaande rietoever. Maar ook dat er verstoring door wandelaars en fietsers zou kunnen optreden, dat de uitbreiding van het recreatiegebied Roggebot nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor het leefgebied van de roerdomp en/of dat de vaargeul zou leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen. Alle beroepen werden op 24 december 2019 ongegrond verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

 

Daarmee komt een einde aan een langdurige juridische proces en is de weg vrij voor een onbelemmerde doorvaart in het Reevediep voor de recreatievaart en woningbouw in Reevedorp.